Minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling heeft voorgesteld om in 2027, rond de herdenking van de Dag der Marrons, een grondenrechtenconferentie te organiseren. Zij benadrukte zaterdag 10 oktober tijdens de officiële herdenking bij het Monument van 10 oktober 1760 dat de collectieve rechten van de gemeenschappen wettelijk moeten worden beschermd.
Ook president Jennifer Geerlings-Simons besteedde tijdens de bijeenkomst aandacht aan het grondenrechtenvraagstuk. Volgens het staatshoofd hebben zowel de grondenrechten als het principe van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (FPIC) de aandacht van de regering. Dit principe betreft de betrokkenheid en toestemming van gemeenschappen bij besluiten die hen raken.
Huur stelde dat Marrondag behalve een herdenking ook een gelegenheid is om na te denken over de toekomst van de marrongemeenschappen. Zij verwees naar de voorouders die hun vrijheid bevochten en een eigen samenleving, bestuurssysteem en culturele tradities opbouwden. Volgens de minister moet dit erfgoed behouden blijven, terwijl de verdere ontwikkeling ook zichtbaar moet worden in de dorpen en wijken.
Oproep tot concrete ontwikkeling
Leo Atomang, voorzitter van Stichting 10 Oktober 1760, vroeg aandacht voor concrete resultaten op het gebied van duurzame ontwikkeling in het binnenland. Als voorbeeld noemde hij de aanleg van wegen vanuit Paramaribo naar Boven-Marowijne en Boven-Suriname. Een betere bereikbaarheid kan volgens hem bijdragen aan de ontwikkeling van deze gebieden.
Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken benadrukte dat zowel de regering als de gemeenschappen duidelijk voor ogen moeten hebben welke richting zij met de ontwikkeling van het binnenland willen opgaan. Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme wees daarnaast op het belang van menselijkheid, gelijkwaardigheid en medeburgerschap.
Behoud van geschiedenis en erfgoed
President Geerlings-Simons stelde dat slechts een klein deel van de geschiedenis van de Marrons in boeken is vastgelegd. Volgens haar reikt die geschiedenis verder terug dan de slavernijperiode en verdient zij meer aandacht. Zij benadrukte dat vrijheid het resultaat is van strijd en opoffering.
DNA-voorzitter Ashwin Adhin verwees naar een tembé-kunstwerk dat volgens hem in een museum in Los Angeles wordt tentoongesteld. Hij noemde dit een voorbeeld van de internationale erkenning van het culturele erfgoed van de Marrons.
Verschillende sprekers riepen tijdens de herdenking op tot meer onderlinge eenheid. Geerlings-Simons benadrukte het belang daarvan voor duurzame ontwikkeling. Bee stelde dat eenheid vooral in het handelen tot uiting moet komen, terwijl Atomang samenwerking aanwees als basis voor vooruitgang en een sterkere positie van de marrongemeenschappen.







