In Suriname zijn opnieuw besmettingen met chikungunya vastgesteld, na een periode van circa tien jaar zonder bevestigde gevallen. Dat bevestigt Stephanie Cheuk A Lam, waarnemend hoofd van de Milieu-Inspectie bij het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG).
Volgens het BOG laten eerdere uitbraken zien dat een piek in besmettingen doorgaans drie tot vier maanden aanhoudt, waarna het aantal gevallen geleidelijk afneemt. Omdat de eerste symptomen vermoedelijk al in december zijn begonnen, verwacht het BOG dat in de komende twee tot drie maanden een daling zichtbaar kan worden. In gesprek met de Communicatie Dienst Suriname op woensdag 28 januari 2026 benadrukt zij dat samenwerking onmisbaar is om de uitbraak snel onder controle te krijgen.
Voor chikungunya bestaan geen specifieke medicijnen of goedgekeurde vaccins. De behandeling is daarom gericht op het verlichten van klachten. Cheuk A Lam wijst erop dat maatregelen van de overheid alleen niet voldoende zijn: zonder actieve inzet van inwoners blijft de samenleving kwetsbaar.
Eerste bevestigingen in januari, vermoedelijke start in december
De eerste bevestigde besmettingen zijn in januari van dit jaar door het Centraal Laboratorium geanalyseerd. Epidemiologisch onderzoek wijst er echter op dat sommige personen mogelijk al sinds december symptomen vertoonden.
In Suriname wordt standaard getest op meerdere zogeheten arbovirussen: virussen die via geleedpotigen worden verspreid. Het gaat onder meer om dengue, chikungunya, gele koorts, het oropouchevirus en mayaro. Cheuk A Lam stelt dat elk monster dat bij het Centraal Lab binnenkomt automatisch op deze virussen wordt onderzocht, waardoor het BOG met zekerheid kan aangeven dat er in de afgelopen tien jaar geen chikungunya-cases zijn vastgesteld.
Meeste gevallen in Paramaribo
De uitbraak is vermoedelijk geïntroduceerd vanuit het buitenland, waarbij een besmette persoon in Suriname aankwam en vervolgens door een Aedes-muskiet werd gestoken. Daarna zou lokale verspreiding zijn opgetreden. De eerste besmetting is volgens het BOG niet exact te herleiden.
De meeste geregistreerde gevallen zijn in Paramaribo, met name in Paramaribo-Noord, het Centrum en Kwatta. Daarnaast zijn meldingen gedaan in Wanica, Commewijne en Marowijne (Moengo).
Ook ‘suspect’ en ‘probable’-gevallen
Naast laboratoriumbevestigde besmettingen zijn er ook ‘suspect cases’ geregistreerd: personen met duidelijke symptomen bij wie geen laboratoriumonderzoek is uitgevoerd. Verder is één ‘probable case’ vastgesteld, waarbij klachten zijn gemeld bij een huisgenoot van meerdere positief geteste personen.
Bronaanpak: broedplaatsen wegnemen
Na vaststelling van de uitbraak heeft het BOG meerdere afdelingen gemobiliseerd. In samenwerking met Openbare Werken is in risicogebieden grofvuil verwijderd om mogelijke broedplaatsen van muskieten aan te pakken. Milieu-inspecteurs controleren woningen en bestrijden larven, terwijl entomologen onderzoek doen naar de aanwezige muskietensoorten en de dichtheid ervan.
Volgens Cheuk A Lam blijft bronaanpak essentieel. Alleen spuiten heeft volgens haar onvoldoende effect. Het BOG roept de bevolking daarom op om stilstaand water rond woningen te verwijderen en broedplaatsen te voorkomen, zodat de verspreiding van chikungunya sneller kan worden ingedamd.












