Het aantal bevestigde chikungunya-besmettingen in Suriname blijft stijgen en is nu boven de duizend. Volgens de Nationale Werkgroep kan de uitbraak nog maanden aanhouden, omdat de piek waarschijnlijk nog niet is bereikt. Bronbestrijding blijft voorlopig de belangrijkste maatregel.
Het aantal laboratoriumbevestigde chikungunya-gevallen blijft toenemen. Inmiddels zijn er ruim 1000 besmettingen bevestigd. Volgens Maureen Wijngaarde-van Dijk, voorzitter van de Nationale Werkgroep Chikungunya-uitbraakrespons, ligt het werkelijke aantal vermoedelijk aanzienlijk hoger.
Wijngaarde-van Dijk wijst op ervaringen uit buurlanden die de afgelopen twee jaar met uitbraken te maken hadden. Op basis daarvan kan een chikungunya-uitbraak 18 tot 22 weken aanhouden. “Dat betekent dat Suriname de piek waarschijnlijk nog niet heeft bereikt”, aldus Wijngaarde- van Dijk in gesprek met ABC Suriname.
Zij roept de bevolking op om broedplaatsen van muskieten consequent te verwijderen. Ook raadt zij het gebruik van malathion af, omdat muskieten in Suriname hiertegen niet langer gevoelig zouden zijn. Vanuit het BOG worden er huisbezoeken gebracht waar er mogelijke clusters zijn om te helpen met het opruimen van de broedplaatsen en krijgen dan ook voorlichting.
Een alternatief chemisch middel moet nog worden ingevoerd. Volgens Wijngaarde-van Dijk kan dat ongeveer twee maanden duren. Tot die tijd blijft bronbestrijding de belangrijkste maatregel om verdere verspreiding zoveel mogelijk te beperken.











