In het marrondorp Wan Hattie (Marowijne) is maandag 16 februari 2026 de eerste fase van een composttraining afgerond. De pilot maakt deel uit van het project ‘Growing Strong with ARELIS’ en wordt uitgevoerd met LVV en steun van de Franse ambassade.
De eerste fase van de composttraining in Wan Hattie is succesvol afgesloten. De training werd verzorgd binnen het project “Growing Strong with ARELIS”, een initiatief van het Apiculture and Agriculture Research & Learning Institute Suriname (ARELIS) onder leiding van voorzitter Shivangi Vermeijs-Mahabali. Het traject wordt uitgevoerd in samenwerking met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en met financiële ondersteuning van de Franse Ambassade in Suriname.
Het project, dat in oktober 2025 van start ging, heeft als doel duurzame landbouwpraktijken te bevorderen, met specifieke aandacht voor de positie van vrouwen binnen de landbouwgemeenschap van Wan Hattie. Composteren wordt daarbij ingezet als basis voor een gezondere en duurzamere voedselproductie.
Volgens Vermeijs-Mahabali begint duurzame teelt bij een gezonde bodem. “Gezond telen begint bij de bodem. We zijn dagelijks bezig met voeding, maar staan zelden stil bij waar het werkelijk begint. Wanneer de balans ontbreekt tussen kunstmest en natuurlijke bodemvoeding, ontstaat verstoring – niet alleen in de bodem, maar ook in de kwaliteit van de productie. Met deze training leren met name de vrouwen in de marrongemeenschappen hoe zij het maximale uit hun grond kunnen halen, op een natuurlijke en duurzame manier.”
Lokale materialen, praktische resultaten
Tijdens het trainingstraject leerden lokale landbouwers hoe zij met materialen uit de directe omgeving – zoals bladeren, gemaaid gras en kippenmest – hoogwaardige compost kunnen produceren. Volgens de organisatie zijn de eerste resultaten positief: deelnemers hebben zelfstandig compost vervaardigd en zijn toegerust om de methode structureel toe te passen in hun landbouwactiviteiten.
De afsluiting van de pilotfase vond plaats in aanwezigheid van de Franse ambassadeur, Nicolas de Lacoste. Tijdens de ceremonie werd een demonstratie gegeven van de geproduceerde compost. Ook leerlingen van de plaatselijke school waren aanwezig en namen actief deel in het kader van het vak Natuuronderwijs, met als doel bewustwording bij de jongere generatie te vergroten.
Aansluiting op beleid van LVV
Vanuit LVV werd de training inhoudelijk begeleid door Soesila Ramautar. Zij gaf aan dat het project aansluit bij het beleid van het ministerie om de overgang naar meer organische en duurzame teelt te stimuleren.
“In veel gemeenschappen worden kostgrondjes traditioneel opengekapt, gebrand en beplant. Wanneer de bodem na verloop van tijd uitgeput raakt, wordt een nieuw stuk grond in gebruik genomen. Door toepassing van hoogwaardige compost kan de bodemvruchtbaarheid behouden blijven, waardoor gronden dichter bij huis duurzaam hergebruikt kunnen worden. Dit betekent vooral voor vrouwen een belangrijke verlichting, aangezien zij vaak lange afstanden moeten afleggen naar hun kostgrondjes,” aldus Ramautar.
Vervolg met cacaoteelt
De geproduceerde compost wordt ook ingezet in het vervolgtraject van het project, waarin cacaobomen zullen worden aangeplant. Als eerste aanzet zijn al drie cacaobomen geplant op een kostgrond, met gebruik van de lokaal geproduceerde compost.
Namens de dorpsgemeenschap sprak Martha Ansoe haar waardering uit voor het traject: “Met de kennis die wij hebben opgedaan, kunnen wij onze grond vruchtbaar houden en onze dromen waarmaken. Wij kunnen nu duurzaam onze eigen groenten, Chinese tayer, watermeloen en gember verbouwen. Wij zijn zeer dankbaar en hopen dat LVV haar uitgebreide kennis met ons blijft delen, zodat wij ons verder kunnen ontwikkelen.”
Het ministerie van LVV spreekt zijn waardering uit voor de samenwerking met ARELIS en de Franse Ambassade en verwacht dat het traject wordt voortgezet met als doel duurzame landbouwontwikkeling en versterking van de sociaaleconomische positie van de Marron-gemeenschap in Wan Hattie.












