DA ’91-voorzitter Angelic del Castilho vindt dat artikel 140, de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA), uit de Grondwet van Suriname moet worden geschrapt. Volgens haar geeft die bepaling De Nationale Assemblée (DNA) te veel ruimte om politieke belangen boven rechtvaardigheid te plaatsen.
Del Castilho stelde in het programma ABC Actueel dat de samenleving in de praktijk heeft gezien hoe het parlement binnen de heersende politieke cultuur functioneert. Volgens haar treedt DNA daarbij niet altijd onafhankelijk op, maar eerder als beschermer van personen die politiek gelieerd zijn aan machtsgroepen.
Volgens de politica gaat het vaak aangehaalde argument dat artikel 140 politieke vervolging moet voorkomen niet op in een rechtsstaat met sterke instituten. Zij benadrukt dat volksvertegenwoordigers hun taak onafhankelijk en naar eer en geweten moeten uitvoeren en niet als verlengstuk van de partijleiding.
In de Surinaamse praktijk wordt de wet volgens Del Castilho echter juist gebruikt als beschermingsmechanisme. Daardoor ontstaat volgens haar ruimte voor straffeloosheid, terwijl de samenleving rechtvaardigheid verwacht. Als voorbeeld wees zij op het eerdere verzoek van het Openbaar Ministerie om voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen. Dat verzoek werd destijds onder leiding van toenmalig DNA-voorzitter Jennifer Simons niet gehonoreerd, doordat artikel 140 werd ingezet om de verdere rechtsgang te blokkeren.
Pas na de regeringswisseling werd de zaak opnieuw behandeld en werd de in staat van beschuldigingstelling wel goedgekeurd. Volgens Del Castilho toont dat aan hoe sterk politieke verhoudingen invloed kunnen hebben op juridische processen wanneer het parlement daarin een doorslaggevende rol speelt. Zij stelt dat Suriname zich dergelijke situaties niet kan permitteren. Volgens haar ondermijnt straffeloosheid niet alleen het vertrouwen van burgers in de politiek, maar verzwakt het ook de democratische rechtsorde.
