In Zorg & Hoop, of zoals het in de volksmond heet, Zorgoe, staat een huis dat voor velen niet zomaar een familiehuis was. Het was een plek waar muziek altijd aanwezig was. Waar instrumenten geen decorstukken waren, maar gereedschap. Waar klanken van aleke, kaseko en samenzang door de kamers zweefden. In dat huis groeide Djonel op, de oudste van acht kinderen, omringd door broers, zussen, neven en nichten die samen één hechte familie vormden.
“Het was een echte eenheid,” vertelt hij. “We zijn met z’n allen opgegroeid in dat huis. Muziek was overal.” Zijn vader was muzikant, zanger en bandleider, actief op nationale én internationale podia. Voor Djonel was dat geen abstract beroep, maar dagelijkse realiteit. Repetities, bandoefeningen, instrumenten die werden gestemd, het hoorde bij het gezinsleven. Terwijl school een verplichting was, was muziek een vanzelfsprekendheid.
De muziekstijlen die hij meekreeg waren divers, maar vooral geworteld in Surinaamse tradities: aleke en kaseko. “Dat was echt een inspiratiebron,” zegt hij. “We waren als kinderen al bezig met instrumenten. Soms maakten we ze zelf. We probeerden een hele band na te bootsen.” Het was spelen, ontdekken, maar ook leren luisteren. Muziek werd niet opgedrongen, maar vrij beleefd.
Een bijzondere rol in zijn jeugd speelde een oude akoestische gitaar die zijn vader achterliet toen hij naar Nederland vertrok. Twee snaren ontbraken. Toch werd dat instrument het begin van iets groters. “Mijn vader gebruikte die gitaar om mij het muzikale alfabet te leren,” herinnert Djonel zich. “We mochten bijna nooit op straat spelen, dus die gitaar werd mijn speelgoed.” Het was daar dat hij zijn instrument vond: de basgitaar.
De kerk als eerste podium
Op ongeveer tienjarige leeftijd vond Djonel zijn eerste echte podium: de kerk. Zijn moeder was belast met het onderhoud van verschillende Volle Evangelie-kerken, wat betekende dat de kinderen vaak vroeg aanwezig waren. “We kregen dan de gelegenheid om aan de instrumenten te zitten,” vertelt hij.
Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uit tot actieve deelname. Hij zong in koorgroepen, speelde instrumenten en trad op tijdens diensten. “In de kerk heb ik voor het eerst echt gezongen voor publiek,” zegt hij. “En ook voor het eerst in een bandformatie gespeeld.” De kerk bood hem meer dan alleen zangervaring. Het was een leerschool in samenzang, harmonie en discipline. “Je leert daar hoe stemmen samen één geheel vormen. Dat heeft gezorgd voor een heel sterk muzikaal fundament.”
Hoewel hij vandaag niet meer kerkelijk verbonden is, blijft die vorming voelbaar. “De discipline en mijn vorming als mens heb ik zeker aan die periode te danken.”
Invloed van een muzikale vader
De invloed van zijn vader reikt verder dan muziek alleen. “Wat ik het meest heb geleerd, is out of the box denken,” zegt Djonel. “Creatief zijn, vrij durven denken, maar ook doorzettingsvermogen hebben en een eigen identiteit ontwikkelen.” Die lessen zouden later cruciaal blijken, vooral in een wereld waarin hij vaak meerdere rollen tegelijk vervulde.
Een belangrijk cultureel ankerpunt in zijn muzikale opvoeding is het lied Wroko de f’ doe mi piking, geschreven en gezongen door zijn vader. Het nummer groeide uit tot een lied van nationaal belang en werd zelfs als revolutionair bestempeld. Het werd door verschillende politieke leiders erkend en gebruikt als motiverende boodschap. “Dat heeft mij enorm geïnspireerd,” zegt hij. “Het liet zien hoe krachtig muziek kan zijn.”
Achter de schermen: sound engineer en vakman
Voordat Djonel zichzelf als zanger naar voren schoof, ontwikkelde hij zich jarenlang achter de schermen. Met een technische achtergrond als radio- en TV-monteur en later ICT-engineer, ontdekte hij zijn talent voor geluid en techniek. Sound engineering werd zijn specialisme.
Hij werd vaste sound engineer bij muziekformatie Reinforcement en werkte intensief samen met Dowie Man en Sakie Man. “Zij waren mijn grote leermeesters,” zegt hij. “Ik heb reggaemuziek daar op een veel breder niveau leren begrijpen.” Die periode bracht discipline, consistentie en professioneel inzicht. “Een goede artiest is gekoppeld aan een goede sound,” benadrukt hij. “Dat heb ik daar echt geleerd.”
Het werken achter de schermen veranderde zijn kijk op artiest-zijn fundamenteel. Hij leerde de do’s en don’ts van het vak en ontwikkelde een scherp referentiekader. “Je streeft steeds naar het beste: de beste sound, de beste performance.”
Mega Vibes: bouwen aan een muzikale standaard
Uit de vraag naar kwalitatieve muzikale begeleiding ontstond Mega Vibes, een bandformatie waarvan Djonel oprichter en muzikaal leider is. Wat begon bij het begeleiden van lokale topartiesten zoals Karanza, groeide uit tot een band met nationale en internationale erkenning. Tijdens samenwerkingen met onder andere het zangduo
Jo-Ann & Philla gaven de band haar naam: Mega Vibes.
De band begeleidde internationale artiesten, waaronder grote namen uit Jamaica. “Elke keer was het leerrijk,” zegt Djonel. “Het bevestigde dat Surinaamse musici het niveau hebben om internationale podia te betreden.”
Een belangrijk hoofdstuk in die reis is de samenwerking met Kenny B. Sinds 2010 begeleidde Mega Vibes hem op internationaal niveau. Djonel speelde baspartijen in op meerdere nummers, waaronder ‘Als je gaat’, Kenny B’s eerste grote Nederlandse hit. “We hebben samen muzikale groei doorgemaakt,” zegt hij. “Die band is sterk en wederzijds.”

De stap naar voren: soloartiest
Jarenlang componeerde Djonel eigen muziek, maar de kans om alles af te ronden ontbrak. Tot 2020. De wereld stond stil door COVID-19, optredens vielen weg, maar er kwam tijd. “In die periode heb ik mijn liederen afgerond,” zegt hij. “En besloot ik mijn eigen muziek naar voren te schuiven.”
Op 27 mei 2021 bracht hij zijn eerste single ‘Me Kon’ uit. Het nummer vertelt over de offers die muzikanten brengen: het vaak weg zijn van familie, met als doel een betere toekomst op te bouwen. “Het is een boodschap van geduld en hoop,” legt hij uit. De overstap van begeleider naar lead vocalist was spannend. “Het is een totaal andere wereld,” zegt hij eerlijk. “Maar ook heel leerrijk.” Het publiek reageerde verrast, maar positief. “Velen kenden mij als bassist en bandleider. Nu zagen ze mij als zanger.”
Suripop 2024: erkenning en groei
In 2024 nam Djonel deel aan Suripop met Tru Lobi, geschreven door zijn oom Cyriel Lamesie en uitgevoerd samen met zangeres Kennia Domini. Het traject was intens en spannend. “Het was zingen op een groot platform, met ervaren vocalisten,” zegt hij. Toch eindigde hij op een indrukwekkende tweede plaats.
“Voor ons was het een enorme overwinning,” vertelt hij. “We behaalden ook de Award voor Best Performance.” Het bevestigde wat hij al wist: hard werken loont.
De artiest van nu
Vandaag staat Djonel op een kruispunt van ervaring, identiteit en ambitie. Zijn levensmotto is: blijven groeien. “Je identiteit kennen en die verder uitbouwen,” zegt hij. Zijn blik is nu vooral internationaal gericht. “Grotere hoogten bereiken, niet alleen nationaal, maar vooral internationaal – dat is waar ik naartoe werk.” Van een kind in Zorg & Hoop, via kerkkoor en sound engineering, naar Suripop en internationale podia: het verhaal van Djonel is er een van discipline, familie, vakmanschap en visie. Een artiest die niet alleen muziek maakt, maar muziek begrijpt.











