Zuid-Koreaanse aanklagers hebben de doodstraf geëist tegen voormalig president Yoon Suk Yeol. Hij wordt verdacht van opstand/rebellie in verband met zijn korte afkondiging van de staat van beleg in december 2024, die volgens het Openbaar Ministerie neerkwam op een poging om de macht te behouden.
Volgens de aanklagers stond Yoon niet alleen: onderzoek zou hebben uitgewezen dat er al sinds oktober 2023 voorbereidingen liepen voor een plan om via uitzonderingsmaatregelen politieke tegenstanders te neutraliseren en Yoon in het zadel te houden. In de slotpleidooien bij de rechtbank in Seoul werd gesteld dat Yoon en zijn toenmalige defensieminister Kim Yong-hyun hierbij een sturende rol hadden.
Een belangrijk onderdeel van de aantijgingen is dat Yoon en betrokken militairen zouden hebben geprobeerd de spanningen met Noord-Korea op te voeren om een rechtvaardiging te creëren voor het uitroepen van de staat van beleg. In eerdere onderzoeksbevindingen werd onder meer gesproken over heimelijke dronevluchten richting Noord-Korea. Yoon ontkent dat er sprake was van een samenzwering.
De maatregel hield slechts korte tijd stand: parlementariërs – ook uit Yoons eigen partij – kwamen in spoedzitting bijeen en zetten stappen om het besluit te blokkeren, terwijl in Seoul protesten uitbraken. Yoon werd daarna door het parlement afgezet en later door het Constitutioneel Hof definitief uit zijn ambt gezet.
Yoon blijft volhouden dat zijn handelen binnen zijn presidentiële bevoegdheden viel en bedoeld was als waarschuwing tegen wat hij zag als misbruik van parlementaire macht door de oppositie. De aanklagers spreken juist van een “zelfcoup” en benadrukken dat de aanklacht levenslang of de doodstraf mogelijk maakt, al kent Zuid-Korea al jaren feitelijk een executiestop: de laatste executie was in 1997. De rechtbank in Seoul verwacht in februari uitspraak te doen in deze zaak.












