Het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) heeft op 12 maart 2026 deelgenomen aan een startworkshop van een project van het Wereldmilieufonds (GEF), gericht op het terugdringen van kwikemissies en het ondersteunen van decarbonisatie in de cementsector binnen kleine eilandstaten in het Caribisch gebied.
Aan de workshop namen ook verschillende stakeholders en partners deel. Met de bijeenkomst is een gestructureerd overlegproces op gang gebracht voor de verdere uitwerking van het projectdocument, dat de titel draagt: “Beheersing en vermindering van kwikemissies door de cementindustrie in de kleine eilandstaten in ontwikkeling in het Caribisch gebied.”
Volgens EZOTI bevindt het project zich momenteel in de voorbereidingsfase, nadat het concept eerder door het Wereldmilieufonds is goedgekeurd. In deze zogenoemde Project Preparation Grant-fase wordt een volledig projectdocument opgesteld, dat vervolgens ter definitieve goedkeuring aan het GEF zal worden voorgelegd.
Het project moet leiden tot een bredere aanpak voor het monitoren en beheersen van kwikuitstoot door de cementindustrie in de regio. Daarbij wordt ook gekeken naar duurzame oplossingen om de sector minder belastend te maken voor het milieu. De initiatiefnemers wijzen erop dat deze stap belangrijk is, omdat in het Caribisch gebied in de komende jaren een grotere vraag naar cement wordt verwacht door de groeiende behoefte aan infrastructuur en woningbouw.
Daarnaast sluit het project aan op bestaande nationale verplichtingen uit het Verdrag van Minamata, dat gericht is op het terugdringen van kwikvervuiling. Ook moet het initiatief bestaande trajecten voor decarbonisatie in de cementsector versterken.
Binnen het project wordt onder meer ingezet op regelgeving, duurzame financieringsmechanismen, samenwerking tussen meerdere belanghebbenden en innovatie in productieprocessen en toeleveringsketens. Ook zal worden gekeken naar de inzet van de best beschikbare technologieën en milieuvriendelijke praktijken binnen de cementindustrie.
Kwik kan volgens de workshopdeelnemers in het cementproductieproces terechtkomen via grondstoffen, conventionele en alternatieve brandstoffen en aanvullende cementachtige materialen. Deze stoffen kunnen tijdens verschillende fasen van het productieproces vrijkomen in de atmosfeer.
Dat brengt risico’s met zich mee voor de volksgezondheid, ecosystemen en biodiversiteit. Juist in het Caribisch gebied zijn die risico’s volgens de betrokkenen extra relevant, omdat de ecosystemen er kwetsbaar zijn en sterk met elkaar verbonden.
Voor de deelnemende landen moet het project uiteindelijk bijdragen aan een schonere en duurzamere cementsector, met minder schadelijke uitstoot en meer aandacht voor milieubescherming op lange termijn.













