Voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad heeft De Nationale Assemblee (DNA) gevraagd om het besluit van 6 augustus 2020, waarbij zijn vervolging werd goedgekeurd, opnieuw te beoordelen. Het verzoek is via zijn advocaat Murwin Dubois ingediend en draait om constitutionele en procedurele vragen rond de behandeling van de zaak.
Volgens het verzoekschrift gaat het om twee vorderingen van het Openbaar Ministerie om Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen op grond van de Wet In Staat van Beschuldiging Stellen Politieke Ambtsdragers (WIPA). De advocaat stelt dat een eerste vordering van de procureur-generaal op 18 mei 2020 door DNA werd verworpen.
Daarna zou volgens Dubois opnieuw een vordering aan het parlement zijn voorgelegd, die inhoudelijk gelijk was aan de eerdere aanvraag. In het verzoek wordt aangevoerd dat er daarbij geen sprake was van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden die een hernieuwde behandeling konden rechtvaardigen.
Hoefdraad stelt dat hiermee mogelijk in strijd is gehandeld met de regels voor parlementaire besluitvorming. Daarbij wordt verwezen naar bepalingen in het Reglement van Orde van DNA, waarin is vastgelegd dat eenmaal genomen besluiten in beginsel niet opnieuw in behandeling worden genomen, tenzij er nieuwe omstandigheden of zwaarwegende redenen zijn.
Daarnaast voert de oud-minister aan dat hij voorafgaand aan de besluitvorming niet is gehoord, terwijl de wet volgens zijn verdediging voorschrijft dat een betrokken of gewezen politieke ambtsdrager die gelegenheid moet krijgen.
Met het ingediende verzoek vraagt Hoefdraad het parlement om het besluit van 6 augustus 2020 opnieuw op de agenda te plaatsen en zich uit te spreken over de constitutionele en procedurele aspecten van de behandeling van zijn zaak.










