Het Inter-Amerikaanse Instituut voor Samenwerking op Landbouwgebied (IICA) heeft de Haïtiaanse landbouwer Manicel Simon en zijn in Suriname geboren dochter Majorie Simon erkend als Leaders of Rurality of the Americas.
De onderscheiding is toegekend vanwege hun inzet voor de integratie van immigranten, de versterking van de landbouwgemeenschap en het stimuleren van samenwerking en technologische vernieuwing binnen de agrarische sector.
Manicel Simon kwam in 1981 vanuit Haïti naar Suriname. Na jaren van hard werken wist hij in 1998 een eigen stuk grond te kopen in het district Saramacca. Op zijn 36 hectare grote perceel verbouwt hij sindsdien onder meer bakbananen, zoete aardappelen, cassave en pompoen. Volgens hem betekende het bezit van eigen landbouwgrond een keerpunt in zijn leven, omdat het hem zelfstandigheid en zekerheid gaf.
Het werk van Simon kreeg in de loop der jaren een bredere betekenis door de inzet van zijn dochter Majorie Simon. Zij is landbouwster, agronomisch technicus en momenteel secretaris en woordvoerder van de Coöperatieve Vereniging van Haïtiaanse Agrariërs in Suriname. Als vertegenwoordiger van een nieuwe generatie binnen de Haïtiaanse gemeenschap in Suriname zet zij zich in voor organisatie, scholing en betere kansen voor landbouwers.
Volgens Majorie arriveerden al vanaf 1977 grote groepen Haïtianen in Suriname, maar ontbrak het lange tijd aan gezamenlijke organisatie. In 2015 werd daarom de coöperatie opgericht, met als doel training te bevorderen, ondersteuning te zoeken en landbouwers toegang te geven tot kansen die de gemeenschap eerder nauwelijks bereikten.
De inzet van vader en dochter heeft ertoe bijgedragen dat tientallen Haïtiaanse landbouwers niet langer geïsoleerd werken, maar zich zijn gaan organiseren als gemeenschap met rechten en mogelijkheden. De oprichting van de coöperatie betekende volgens hen een belangrijk omslagpunt, omdat veel landbouwers daarvoor werkten op geleende grond, vaak zonder contracten of enige vorm van zekerheid.
Door samenwerking met onder meer IICA, FAO, de Caribbean Development Bank en het SAMAP-programma kregen landbouwers toegang tot machines, waterpompen, kapmessen, meststoffen en technische begeleiding. Ook werden kleine Kubota-tractoren beschikbaar gesteld, zodat boeren hun grond konden bewerken zonder volledig afhankelijk te zijn van dure apparatuur.
Naast materiële ondersteuning benadrukt Manicel Simon vooral het belang van training. Volgens hem is kennis van blijvende waarde, omdat boeren daarmee zelfstandig verder kunnen bouwen aan hun bedrijf. Tegelijkertijd wijst hij erop dat de landbouwsector voor grote uitdagingen staat. Door de beperkte omvang van de lokale markt leidt overproductie in oogstperiodes vaak tot prijsdalingen en verlies.
Majorie Simon stelt dat verwerking en export daarom steeds belangrijker worden. Volgens haar wordt in Suriname het grootste deel van de landbouwproducten nog steeds vers verkocht, terwijl verwerking van producten zoals bakbananen, cassave en peper tot chips, meel of conserven de waarde ervan aanzienlijk zou kunnen verhogen en de afzet over een langere periode mogelijk maakt.
De coöperatie werkt momenteel aan de benodigde vergunningen en de aanpassing van een gebouw om voedselverwerking volgens internationale standaarden mogelijk te maken. Het uiteindelijke doel is om te voldoen aan exportnormen. Daarbij blijft training volgens Majorie minstens zo belangrijk als het beschikken over machines.
Met haar werk op het gebied van projectbeheer, communicatie en landbouw vertegenwoordigt Majorie Simon volgens IICA ook een nieuw gezicht van de Caribische landbouw. Via sociale media brengt zij de activiteiten van Haïtiaanse landbouwers in Suriname onder de aandacht en promoot zij hun producten, waarmee inmiddels ook klanten in Europa zijn bereikt.
Binnen de gemeenschap spelen ook onderlinge verbondenheid en sociale steun een grote rol. Wekelijkse ontmoetingen, onder meer in kerkverband, vormen volgens de familie Simon een belangrijk steunpunt. Manicel Simon zegt dankbaar te zijn dat zijn kinderen in Suriname in rust konden opgroeien, terwijl de situatie in Haïti voor velen moeilijk blijft.
Majorie kijkt intussen ook naar de toekomst van jonge Haïtianen die in Suriname zijn opgegroeid. Zij wil hen laten zien dat landbouw niet alleen zwaar werk is, maar ook een sector waarin een waardig bestaan kan worden opgebouwd. Volgens haar is het belangrijk dat de jongere generatie opnieuw vertrouwen krijgt in werken op het land als basis voor ontwikkeling en vooruitgang.










