Het Kabinet van de President heeft na een interne evaluatie besloten de kabinetstoelagen opnieuw onder te brengen in vaste categorieën van 20, 40 en 60 procent. Dat zegt Roberto Lindveld, woordvoerder van de president, naar aanleiding van de maatschappelijke discussie over de toelagen.
In eerdere berichtgeving hebben leerkrachten van Wi Sa strey hun teleurstelling geuit over de toelagen die worden uitgegeven. “Het personeel van het kabinet van de president krijgt maandelijks een kabinetstoelage van 60 procent op de bezoldiging, terwijl er geen geld is voor de leerkrachten en we mogen stikken”, zegt ondervoorzitter Meredith Hoogdorp. Deze uitspraken zijn naar aanleiding van het presidentieel besluit over de kabinetstoelage op social media.
Volgens Lindveld bestaan kabinetstoelagen al vijftien tot zestien jaar en hebben verschillende regeringen daar in de loop der tijd op uiteenlopende manieren invulling aan gegeven. Na haar aantreden in 2025 heeft president Jennifer Simons eerst een assessment laten uitvoeren om vast te stellen welke functies en werkzaamheden in aanmerking komen voor een toelage.
Op basis van die beoordeling is gekozen voor een vaste onderverdeling. De toelage van 20 procent is bedoeld voor personeelsleden die dagelijks met de president werken, regelmatig overuren maken en geen overuren mogen declareren. Door te werken met een vaste maandelijkse toelage wil het kabinet voorkomen dat de kosten via overuren verder oplopen.
De categorie van 40 procent geldt voor medewerkers in leidinggevende functies. De toelage van 60 procent is bestemd voor functionarissen in hogere posities, zoals directeuren en adviseurs, die intensief en vaak gedurende langere uren met de president samenwerken. Lindveld geeft aan dat de president op basis van functie en inzet bepaalt wie voor deze hoogste categorie in aanmerking komt.
Met deze regeling tracht de regering de kosten van haar kabinet verder te drukken en daarom is de evaluatie nodig. “Er is gekeken waar het geld van de staat naartoe gaat en het geld moet gaan naar de mensen die actief zijn op het kabinet en werkelijk de lange uren maken”, zegt Lindveld. Deze verdeling maakt dat personeel dat voorheen de kabinetstoelage uitgekeerd kreeg, misschien minder of geen toelagen meer krijgt. Ook hiermee is er rekening gehouden, zegt Lindveld. “We moeten als mensen eerlijk zijn en naar eerlijkheid ook toegeven dat we krijgen waarvoor je gewerkt hebt, vandaar ook de verdeling. Je kunt niet à la dol toelages toekennen aan personen die normale uren maken.”
De toelage is voornamelijk bestemd voor personen die veel langere uren moeten maken dan de normale werkuren. Kabinetspersoneel mag geen overuren boeken en er is dus gekozen voor een vaste toelage. Als zo’n medewerker wel overuren moest boeken, zou het volgens Lindveld de staat veel meer kosten.
Wat betreft de kritiek vanuit de leerkrachten zegt Lindveld de roep vanuit deze beroepsgroep te begrijpen. “Ik weet dat de president zich dagelijks bezighoudt met de hervormingen voor onder andere onze leerkrachten. Er is zoveel scheefgroei in de samenleving en terecht dat mensen meer geld willen hebben, omdat ze niet uitkomen”, zegt Lindveld. Daarom is de regering van start gegaan met een roadmap om de verschillende prioriteitsgebieden zoals onderwijs goed aan te pakken. Als onderdeel van de roadmap voor de verschillende beleidsgebieden zal er ook een onderwijscongres gehouden worden. “Met het congres moeten we komen tot een uiteindelijke beslissing over wat we gaan doen met onze leerkrachten die goed betaald moeten worden”, aldus de woordvoerder.












