In het kader van de interne versterking van het Nationaal Leger zijn vrijdag 30 januari 42 militairen bevorderd. Volgens minister van Defensie Uraiqit Ramsaran markeren de bevorderingen niet alleen een volgende stap in de loopbaan van de betrokken militairen, maar vormen zij ook een erkenning van hun inzet, discipline en toewijding aan het land.
Ramsaran stelde dat een bevordering meer is dan een persoonlijke mijlpaal. Het is volgens hem ook een bevestiging van vertrouwen, verantwoordelijkheid en verbondenheid binnen de defensieorganisatie. “Iedere bevordering draagt een verhaal met zich mee van volhouden, blijven staan en kiezen voor het grotere belang,” aldus de minister.
De bewindsman gaf aan dat het dienstjaar 2026 in het teken staat van interne versterking, waarbij vijf speerpunten zijn vastgesteld. Eén van die speerpunten betreft de rechtspositie van het personeel. Met de bevorderingsceremonie is volgens Ramsaran een eerste concrete stap gezet in de uitvoering van de bijbehorende beleidsstukken. Hij kondigde aan dat in de komende maanden meer militairen zullen worden bevorderd.
‘Daad bij het woord’
Ramsaran benadrukte dat beleid niet moet blijven steken in intenties, maar zichtbaar moet worden in resultaten. “Dat is niet slechts een symbolische handeling, maar een zichtbaar teken dat wij doen wat wij zeggen. Dat wij daad bij het woord voegen,” zei hij, terwijl hij de bevorderden opriep hun nieuwe rang met trots en eer te dragen.
In zijn toespraak verwees de minister ook naar het motto unus pro omnibus (één voor allen en allen voor één). Volgens hem betekent dit dat vooruitgang niet voor enkelen is, maar voor de gehele organisatie. “Samen bouwen wij aan een sterker defensieapparaat,” aldus Ramsaran.
Bevelhebber: rang is verantwoordelijkheid
Ook de bevelhebber van het Nationaal Leger, brigadegeneraal Werner Kioe A Sen, sprak de bevorderden toe. Hij stelde dat een bevordering het resultaat is van jarenlange inzet, discipline en bereidheid om te dienen, vaak onder moeilijke omstandigheden. Onder de bevorderden bevonden zich volgens hem veel militairen die in het binnenland en langs de grenzen hebben gediend.
Kioe A Sen benadrukte dat een rang geen voorrecht is, maar een verantwoordelijkheid. Leiderschap betekent volgens hem niet gediend worden, maar anderen in staat stellen hun taken goed uit te voeren. Daarbij wees hij op het belang van waardering, begeleiding en eerlijke kansen voor militairen.
De bevelhebber gaf aan dat gemotiveerde militairen de ruggengraat vormen van een sterke defensieorganisatie. In een tijd van spanning, onzekerheid en afnemend vertrouwen in de samenleving is de rol van militairen volgens hem extra belangrijk voor de veiligheid en stabiliteit van Suriname.











