De spanningen binnen de rijstsector blijven een punt van zorg voor de regering. Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zegt dat de overheid vooral randvoorwaarden kan scheppen, maar dat boeren, opkopers en verwerkers uiteindelijk zelf tot werkbare afspraken moeten komen.
In een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) op maandag 23 maart 2026 benadrukte de bewindsman dat het ministerie in een geliberaliseerde markt geen opkooppadieprijs vaststelt. “Doordat de zaak geliberaliseerd is, open markt, bepalen wij als ministerie geen opkooppadieprijs. Dat is een zaak tussen de boer en de verwerker, het is een open markt, vraag en aanbod”, aldus Noersalim.
Volgens de minister bestaat al geruime tijd een kloof tussen wat boeren nodig hebben om rendabel te produceren en wat opkopers bereid of in staat zijn te betalen. Om die verschillen te overbruggen, heeft de overheid volgens hem een bemiddelende rol gespeeld. Tijdens gesprekken tussen producenten en opkopers werden aanvankelijk bedragen van SRD 350 tot SRD 400 genoemd, terwijl opkopers later spraken over prijzen tussen SRD 450 en SRD 550, afhankelijk van de kwaliteit van de padie.
Noersalim gaf aan dat deze prijzen niet door de overheid zijn vastgesteld en in de praktijk ook niet altijd consequent zijn gehanteerd. Hij onderstreepte dat de structurele oplossing niet van de overheid alleen kan komen. Volgens hem moeten de betrokken partijen zelf met elkaar rond de tafel om tot afspraken te komen. Het ministerie heeft daarbij wel geprobeerd de verschillende schakels binnen de sector samen te brengen.
De minister merkte verder op dat de protesten van ontevreden boeren volgens hem niet afkomstig waren van de officiële organisatie waarmee het ministerie in gesprek is. Tegelijk erkent hij dat de situatie in de sector spanningen blijft oproepen en dat extra ondersteuning nodig is om de productie op peil te houden.
Als onderdeel van die ondersteuning heeft de overheid 3,5 ton zaaizaad beschikbaar gesteld via het Anne van Dijk Rijst Onderzoekscentrum Nickerie (ADRON). Ook is per hectare een zak ureum verstrekt. Volgens Noersalim hebben niet alle boeren gebruikgemaakt van het beschikbare zaaizaad. Voor de komende periode wordt gekeken naar aanvullende hulp, zoals een extra zak ureum wanneer prijsverschillen te groot worden.
De bewindsman zegt dat binnen de sector wel degelijk besef bestaat van de onderlinge afhankelijkheid. Als padieboeren het niet redden, raken volgens hem ook opkopers, verwerkers en exporteurs in de problemen. Dat bewustzijn moet zich volgens de minister nu vertalen in concrete oplossingen.
De regering kiest daarbij voor een interdepartementale aanpak, waarbij verschillende ministeries betrokken zijn bij het scheppen van betere randvoorwaarden voor de sector. De nadruk ligt op infrastructuur, irrigatie, drainage en het operationeel houden van voorzieningen zoals het Wakai-pompgemaal. Daarnaast wordt ingezet op essentiële productiefactoren als water, kunstmest en zaaizaad.
Ook ADRON moet verder worden versterkt. Volgens Noersalim wordt gewerkt aan nieuwe laboratoriumapparatuur, extra terrein voor onderzoek en het wegwerken van achterstallig onderhoud. Daarbij wordt onder meer gerekend op steun van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) voor herstelwerkzaamheden aan waterschappen.
De minister benadrukt dat het herstel van de rijstsector alleen mogelijk is als alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen. De overheid kan volgens hem ondersteunen en voorwaarden verbeteren, maar boeren zullen ook zelf hun kavelsloten moeten onderhouden en samen met andere actoren in de keten moeten bijdragen aan een duurzame oplossing.
