Er is weinig dat de Surinaamse Facebook-tijdlijn zo snel in vuur en vlam zet als liefdadigheid met een camera erbij. Zet een foto online van een maaltijd die je uitdeelt en je kunt de comments alvast uittekenen. “Aanstellerij”. “Doe het in stilte”. “Je zoekt likes”. Het is alsof goed doen pas echt goed is als niemand het ziet.
Toch leven we in een tijd waarin alles zichtbaar is. Zelfs stilte wordt tegenwoordig geïnterpreteerd als strategie. En daar wringt het, want de discussie over liefdadigheid op social media gaat allang niet meer over helpen, maar over wie het mag laten zien. En vooral: wie niet.
Wanneer een individu iets goeds doet en het post, spreken we over PSR (Personal Social Responsibility) Dat is verdacht. Dat riekt naar ego. Maar wanneer een bedrijf exact hetzelfde doet, noemen we het CSR (Corporate Social Responsibility). Dan is het ineens beleid, visie en jaarverslagwaardig. Althans, dat is de theorie. In de praktijk krijgt ook het bedrijf de wind van voren. “Marketingtruc”, zeggen we dan. “Ze doen het voor het imago”. Alsof een bedrijf überhaupt iets kan doen zonder dat iemand “imago” roept.
Laten we eerlijk zijn: soms klopt die kritiek. Als het logo groter is dan het probleem en de caption leest als een reclamefolder, dan voelt niemand zich geholpen, behalve de marketingafdeling. Armoede is geen billboard en ellende geen contentstrategie. Zodra een kwetsbare situatie wordt ingezet als decor, haakt het publiek terecht af. Waardigheid laat zich niet sponsoren.
Maar het omgekeerde is net zo hypocriet. Want wanneer bedrijven níets laten zien, vragen we ons af wat ze eigenlijk terugdoen voor de samenleving. Transparantie eisen we, maar zichtbaarheid veroordelen we. We willen impact, maar geen beelden. Resultaten, maar geen verhalen. Het is alsof we zeggen: help gerust, maar doe het zo dat wij er vooral geen ongemak bij voelen.
Bij personen is het niet anders. Een foto van iemand die eten uitdeelt kan opschepperig zijn, ja. Maar het kan ook confronterend zijn. Het kan mensen wakker schudden, inspireren, of simpelweg laten zien dat het probleem bestaat. De vraag is dus niet: waarom zet je het online? De echte vraag is: waar leg je de focus? Op jezelf of op de situatie? Op het applaus of op de oproep?
Het ironische is dat de felste critici vaak zelf niets delen en ook niets doen. Stilte wordt dan verkocht als morele superioriteit. Maar stilte voedt niemand. Stilte inspireert niemand. Stilte verandert niets, behalve het eigen geweten.
Misschien moeten we daarom stoppen met doen alsof er een morele wedstrijd is tussen CSR en PSR. Tussen bedrijven en burgers. Tussen posten en niet posten. Want sociale verantwoordelijkheid is geen schoonheidswedstrijd en geen geheim genootschap. Het is handelen met intentie, communiceren met bescheidenheid en altijd, echt altijd, respect tonen voor degene die geholpen wordt.
Dus ja, laat zien wat je doet, als je het goed doet. En als je het niet goed doet, wees dan niet verbaasd dat mensen dat ook zien. Social media is geen probleem. Het is slechts een spiegel. En die is soms pijnlijk eerlijk.
De vraag is niet of we moeten kijken.
De vraag is of we durven te doen wat we zien.
Dit is een ingezonden bijdrage
Dit artikel is een ingezonden bijdrage. De inhoud is geschreven op persoonlijke titel en valt onder de verantwoordelijkheid van de auteur. De redactie van Key News Suriname onderschrijft de standpunten in deze bijdrage niet per definitie.
Wilt u ook een opiniestuk of ingezonden bijdrage insturen? Bekijk hier de voorwaarden en werkwijze.










