Het Decentralization and Local Government Program (DLGP) heeft met minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling (RO) gesproken over het verder versterken van het decentralisatiebeleid in Suriname. Daarbij verzorgde Mahender Pershad, Finance and Planning manager van het DLGP, op donderdag 19 februari 2026 een presentatie voor de minister en haar directeuren.
In de presentatie werd stilgestaan bij de ontwikkeling van decentralisatie sinds 1998 en het belang van nauwe samenwerking tussen de centrale overheid en de lagere bestuurslagen. Decentralisatie betekent dat bestuurlijke, verordenende en financiΓ«le bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden overgedragen aan districtsbesturen, met als doel een effectiever bestuur dat dichter bij de burger staat.
Pershad gaf aan dat politieke decentralisatie al deels is gerealiseerd via de verkiezingen van ressort- en districtsraden. Ook ging hij in op het onderscheid tussen fiscale en financiΓ«le decentralisatie en op het principe van medebewind. Daarbij voeren lagere overheden taken uit die door de centrale overheid zijn vastgesteld, bijvoorbeeld via projecten die per ministerie en per district in de begroting worden opgenomen.
Verder presenteerde Pershad een roadmap voor het decentralisatiebeleid en besprak hij herziene taken en conceptwetten die moeten leiden tot permanente decentralisatie. Deze voorstellen moeten nog worden aangenomen. Volgens hem is een goede balans tussen autonomie en medebewind cruciaal voor een succesvolle uitvoering.
Als aandachtspunt noemde Pershad onder meer het maken van duidelijke afspraken met bedrijven die concessierechten hebben in districten. Via principes van good governance moet volgens hem worden geregeld dat infrastructuur die door bedrijfsactiviteiten wordt aangetast, ook wordt hersteld. Daarnaast pleitte hij voor gestructureerde samenwerking tussen districtscommissarissen, ook over districtgrenzen heen.
Minister Huur gaf aan dat de aangedragen punten zullen worden meegenomen in het verdere beleidstraject. Het DLGP heeft aangegeven beschikbaar te blijven om het ministerie te ondersteunen bij de verdere implementatie van decentralisatie.










