De regering zegt extra aandacht te hebben voor de verdere ontwikkeling van het Regionaal Ziekenhuis Wanica (RZW), het Streekziekenhuis Marwina en het Streekziekenhuis Atjoni. Minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) stelt dat deze ziekenhuizen een belangrijke rol moeten vervullen in de spreiding van zorg en het verminderen van de druk op het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP).
In gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) gaf de bewindsman aan dat de regionale hospitalen dringend verbetering nodig hebben. Volgens hem ondersteunt de overheid de instellingen momenteel intensief, omdat zij nog niet in staat zijn volledig zelfstandig te draaien.
Bij het Regionaal Ziekenhuis Wanica speelt volgens de minister vooral een probleem rond de uitbesteding van drie belangrijke afdelingen. Het gaat om het laboratorium, de apotheek en de röntgenafdeling, die momenteel in handen zijn van het particuliere bedrijf TMS Global. Misiekaba zegt dat deze units volgens de regering onder het ziekenhuis zelf moeten vallen, omdat het om essentiële en inkomsten genererende onderdelen gaat.
De minister kondigt aan met TMS Global in gesprek te zullen gaan over het contract. Daarbij zal de regering duidelijk maken dat zij de huidige constructie niet wenselijk vindt. Als overleg niet tot een oplossing leidt, sluit de bewindsman juridische stappen niet uit.
Ook voor het Streekziekenhuis Marwina liggen volgens Misiekaba concrete verbeterplannen klaar. Met een lening van 5 miljoen euro van het Franse ontwikkelingsagentschap AFD wordt gewerkt aan een verdere upgrading van het ziekenhuis. De regering bevindt zich volgens de minister in een fase waarin basis-specialisaties naar de instelling worden gebracht.
Zo zullen er twee kinderartsen worden geplaatst in het ziekenhuis en is een opticien er al actief. Daarnaast bestaat het voornemen om binnenkort een diabeteskliniek te openen. Misiekaba zegt verder dat Franse specialisten kosteloos diensten zullen verlenen in het ziekenhuis.
Met deze uitbreiding van de zorgcapaciteit hoopt de regering dat inwoners van Marowijne minder vaak genoodzaakt zullen zijn om uit te wijken naar het Centre Hospitalier de l’Ouest Guyanais (CHOG) in Saint-Laurent, Frans-Guyana. Volgens de minister moet de zorg in het oosten van Suriname zodanig worden versterkt dat patiënten dichter bij huis geholpen kunnen worden.
Over het Streekziekenhuis Atjoni spreekt de minister zich positief uit. Hij zegt dat de instelling naar behoren functioneert en al beschikt over de meeste basisapparatuur en een laboratorium. Wel vindt hij dat de samenwerking met de Medische Zending beter afgestemd moet worden.
Volgens Misiekaba wonen er in Boven-Suriname meer dan 20.000 mensen en kan het Streekziekenhuis Atjoni een belangrijke opvangfunctie vervullen voor de bevolking in het zuiden. Nu worden patiënten die ernstig ziek zijn vaak per vliegtuig of ambulance naar Paramaribo vervoerd, terwijl zij volgens de minister soms langs het ziekenhuis in Atjoni worden gebracht zonder daar eerst geholpen te worden.
De bewindsman pleit daarom voor betere afspraken tussen de Medische Zending en het streekziekenhuis, zodat patiënten in eerste instantie in Atjoni kunnen worden opgevangen. In de instelling zijn volgens hem momenteel ongeveer vier Cubaanse artsen werkzaam. Alleen in zeer complexe gevallen zou doorverwijzing naar het AZP noodzakelijk moeten zijn.
Misiekaba benadrukt dat een betere uitrusting van het RZW en een sterkere rol van het Streekziekenhuis Atjoni ertoe kunnen bijdragen dat minder patiënten naar Paramaribo hoeven af te reizen. Daarmee wil de regering niet alleen de bereikbaarheid van zorg in de regio verbeteren, maar ook de aanhoudende druk op het Academisch Ziekenhuis verlichten.












