De bijdrage van ABOP-assembleelid Ronnie Brunswijk tijdens het parlementaire debat over wijzigingen in het reglement rond de rechterlijke macht heeft tot stevige reacties geleid. In een interview wees hij de suggestie dat zijn speech door de VHP zou zijn geschreven scherp van de hand.
De speech die Ronnie Brunswijk hield tijdens de openbare vergadering van De Nationale Assemblée, bij de behandeling van een ontwerpwet over wijzigingen in het Reglement op de Inrichting en de Samenstelling van de Rechterlijke Macht, heeft tot felle reacties geleid.
In een interview bij D-TV Express reageerde Brunswijk na een coalitietop scherp op de suggestie dat zijn bijdrage door VHP zou zijn geschreven. Nadat interviewer Jerrel Harderwijk opmerkte dat hij “eigenlijk een VHP-speech” had gehouden, zei Brunswijk: “Laten mensen opsodemieteren met stront.”
Met die reactie wijst Brunswijk nadrukkelijk van de hand dat zijn inbreng in het parlement niet zijn eigen standpunt zou zijn geweest. Hij stelt dat hij als parlementariër zelfstandig oordeelt en spreekt, en zich niet laat leiden door andere partijen binnen of buiten de coalitie.
Kritiek op gebrek aan afstemming
In het gesprek herhaalt Brunswijk dat hij kritisch is over de manier waarop wetsvoorstellen soms tot stand komen. Volgens hem worden belangrijke en ingrijpende voorstellen te vaak zonder voorafgaande afstemming binnen de coalitie ingediend. Deelname aan een coalitie betekent volgens hem niet dat voorstellen automatisch gesteund moeten worden.
Stem niet vanzelfsprekend
Over zijn stemgedrag zegt Brunswijk dat dit afhangt van de inhoud en eventuele aanpassingen van de voorstellen. Hij geeft aan dat hij zijn bezwaren duidelijk heeft geuit en wil afwachten hoe initiatiefnemers daarmee omgaan. Ook verwacht hij duidelijkheid van de regering, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van wetgeving. Als bezwaren niet worden weggenomen, zegt hij zijn steun niet te zullen geven; bij aanpassingen die de rechtsstaat versterken, sluit hij steun niet uit.
Bedenkingen bij college van procureurs-generaal
Brunswijk uit daarnaast bedenkingen bij het voorstel voor een college van procureurs-generaal. Hij wijst op mogelijke onduidelijkheden wanneer er meerdere procureurs-generaal zouden zijn, elk met een eigen apparaat. Daarbij stelt hij vragen over verantwoordelijkheden, onderlinge afstemming en gezag, onder meer richting de politie. Volgens hem moeten bevoegdheden, werkgebieden en aansturing helder en ondubbelzinnig worden geregeld om bestuurlijke en juridische problemen te voorkomen.
Waarschuwing voor politieke inmenging
Een belangrijk punt voor Brunswijk is het risico van politieke inmenging in de rechtspraak. Hij noemt dat gevaarlijk en stelt dat dit absoluut niet mag plaatsvinden. Hervormingen moeten volgens hem juist gericht zijn op bescherming en versterking van de rechtsstaat.
Maandelijks coalitieoverleg afgesproken
Brunswijk zegt dat met de president is afgesproken om structureel overleg te voeren binnen de coalitie. Er zou voortaan maandelijks overleg plaatsvinden om beleid en wetgeving te bespreken. Volgens hem draagt dat bij aan betere samenwerking en herstel van vertrouwen, en begint de eenheid binnen de coalitie weer terug te komen.











