De president van de Republiek Suriname, Jennifer Geerlings-Simons, heeft haar openingstoespraak gehouden tijdens de 50ste reguliere vergadering van de Conferentie van Regeringsleiders van de Caribbean Community (CARICOM). De bijeenkomst vindt plaats in Basseterre, St. Kitts en Nevis, van 24 tot en met 27 februari 2026.
In haar remarks sprak Simons waardering uit voor het gastland en feliciteerde zij minister-president dr. Terrance Drew met het voorzitterschap van CARICOM. Zij gaf aan dat Suriname klaarstaat om het voorzitterschap te ondersteunen en constructief samen te werken met alle lidstaten.
De president stond ook stil bij het aftredende voorzitterschap van Jamaica. Volgens Simons viel de termijn van minister-president Andrew Holness samen met een periode van regionale uitdagingen en mondiale onzekerheid, maar bleef Jamaica zorgen voor stabiele leiding binnen de gemeenschap.
Eenheid als noodzaak in onzekere tijden
Simons plaatste haar boodschap nadrukkelijk in de context van snelle mondiale veranderingen, waaronder economische schokken, klimaatdruk en geopolitieke verschuivingen. In dat klimaat is regionale eensgezindheid volgens haar geen optie, maar een vereiste om kleine staten weerbaar te houden.
Ze benadrukte daarnaast haar eigen positie als eerste vrouwelijke president van Suriname en wees erop dat zij op dat moment zeven maanden in functie was. Simons omschreef CARICOM als méér dan een instituut: een “familie” waarin landen elkaar moeten blijven versterken.
Jongeren, innovatie en economische verbreding
Een belangrijk deel van de toespraak draaide om de rol van jongeren. Simons stelde dat onderwijs alleen niet voldoende is: jongeren moeten worden toegerust met vaardigheden, digitale geletterdheid en een ondernemende houding, omdat technologie, digitalisering, kunstmatige intelligentie en de groene transitie de arbeidsmarkt veranderen.
Tegelijk pleitte zij voor economische diversificatie en meer waardecreatie om schokken van buitenaf beter op te vangen. In dat kader riep zij op tot sterkere regionale samenwerking rond onder meer voedselzekerheid, infrastructuur en digitale connectiviteit, zodat de afhankelijkheid van externe partijen afneemt.
Energie als middel, niet als doel
Simons ging ook in op Surinames opkomende olie- en gassector. Zij positioneerde die ontwikkeling niet als einddoel, maar als mogelijke katalysator voor bredere, duurzame ontwikkeling, mits de sector wordt gebouwd op verantwoord beheer en gerichte investeringen in diversificatie en milieuduurzaamheid.
Volgens haar is het essentieel dat toekomstige inkomsten strategisch worden ingezet voor verbreding van de economie én natuurbehoud, zodat Suriname ook na de levensduur van de sector sterk blijft.
Klimaatfinanciering en rechtvaardigheid
De president koppelde de ontwikkelingsagenda aan klimaatverandering, die zij omschreef als een directe en existentiële realiteit voor de regio. Daarbij noemde zij onder meer zeespiegelstijging, extreem weer, kusterosie en toenemende druk op voedselzekerheid.
Simons pleitte voor eerlijke, voorspelbare en toegankelijke klimaatfinanciering voor kleine eilandstaten en laaggelegen landen. In dat verband wees zij erop dat Suriname koolstofnegatief is door de grote bosbedekking die meer CO₂ opneemt dan het land uitstoot.
In haar slot riep Simons de CARICOM-leiders op om de bijeenkomst te benutten voor heldere strategieën en hernieuwde vastberadenheid, met als doel een toekomst die aansluit bij de ambities van de bevolking in de regio.










