Tijdens de Academische Week van De Nationale Assemblée (DNA) in 2022 klonk een duidelijke waarschuwing over de zwakke interne controle binnen de overheid. Vier jaar later blijft die boodschap pijnlijk actueel, terwijl transparantie en parlementair toezicht nog altijd tekortschieten.
Tijdens de Academische Week van De Nationale Assemblée 2022, gehouden van 8 tot en met 11 maart 2022, werd in het hart van onze democratie een ongemakkelijke waarheid uitgesproken. In presentaties van deskundigen van de Rekenkamer van Suriname en de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) werd een verontrustend beeld geschetst van de staat van interne controle binnen delen van de overheid.
Wie de presentaties destijds volgde, kon moeilijk om de ernst van de signalen heen. Vertegenwoordigers van de Rekenkamer, onder wie Shaan Bhoendie, Natasha Vredeberg en Nelson Chen Poun Joe, en CLAD-vertegenwoordiger Jerrol Santoe, wezen op zwakke controlemechanismen, institutionele uitholling en een gebrek aan capaciteit binnen het overheidsapparaat.
De kern van hun boodschap was helder: het systeem van interne controle binnen de overheid functioneert onvoldoende. Daarmee werd niet alleen een technisch probleem benoemd, maar ook een structureel risico voor goed bestuur, verantwoord financieel beheer en publieke verantwoording.
Een gele kaart voor het parlement
De waarschuwing was niet uitsluitend gericht aan de regering. Ook de DNA kreeg een duidelijke boodschap mee. Volksvertegenwoordigers werden opgeroepen hun controlerende taak serieuzer te nemen en ministers vaker aan te spreken op hun ministeriële verantwoordelijkheid.
Rapporten van de Rekenkamer horen niet slechts ter kennisname te worden aangenomen. Zij moeten inhoudelijk worden besproken, politiek worden gewogen en waar nodig leiden tot concrete opvolging. In die zin was de boodschap aan het parlement niet minder dan een gele kaart.
Wat het nog ernstiger maakte, was dat de geschetste problemen niet nieuw waren. Volgens de deskundigen speelden deze tekortkomingen al jarenlang en dus ruim vóór 2022. De waarschuwing was daarom geen incident, maar een herhaling van een langer bestaand falen in het controlesysteem van de staat.
Staatsbedrijven als blinde vlek
Terwijl de publieke discussie vaak vooral over ministeries gaat, blijft een ander terrein regelmatig onderbelicht: de staatsbedrijven. Juist daar worden grote publieke middelen beheerd, terwijl transparantie en controle vaak beperkt blijven.
Bij de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) hebben zich de afgelopen jaren meerdere crises opgestapeld rond financieel beheer en schulden. De staat heeft herhaaldelijk moeten ingrijpen, terwijl het publiek vaak pas achteraf zicht kreeg op de omvang van de problemen.
Ook bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) zijn met regelmaat vragen gerezen over toezicht en besluitvorming binnen een sector die economisch van groot belang is. Zulke signalen raken direct aan de vraag hoe stevig het institutionele toezicht in de praktijk werkelijk is.
Aanhoudende vragen rond publieke middelen
Een bijzonder zorgwekkend voorbeeld is de Melkcentrale Paramaribo. Al sinds 2018 doen signalen de ronde over dubieuze financiële afhandelingen en onduidelijke geldstromen binnen dit staatsbedrijf. Toch blijft het voor het publiek moeilijk om volledig inzicht te krijgen in wat zich daar precies heeft afgespeeld en welke corrigerende maatregelen eventueel zijn genomen.
Ook bij N.V. Energiebedrijven Suriname (EBS) is de afgelopen jaren herhaaldelijk discussie ontstaan over financieel beheer, governance en bestuurlijke besluiten. Juist vanwege het strategische belang van dit energiebedrijf voor de samenleving zou maximale transparantie hier vanzelfsprekend moeten zijn.
Wanneer bij meerdere staatsbedrijven vragen blijven bestaan over toezicht, besluitvorming en financieel beheer, dan gaat het niet langer om op zichzelf staande incidenten. Dan tekent zich een structureel probleem af in het bredere systeem van controle en verantwoording.
Het ontbrekende instrument: openbaarheid van bestuur
Een fundamenteel probleem is dat Suriname nog steeds geen wettelijke regeling kent die burgers recht geeft op toegang tot overheidsinformatie. In veel democratische rechtsstaten bestaat een wet Openbaarheid van Bestuur of een vergelijkbare regeling, waarmee burgers, journalisten en maatschappelijke organisaties informatie over overheidshandelen kunnen opvragen.
In Suriname ontbreekt zo’n wet nog altijd. Daardoor blijft transparantie in de praktijk afhankelijk van politieke bereidheid, en die blijkt vaak beperkt. Zonder wettelijk afdwingbaar informatierecht is controle op de overheid onvolledig en blijft publieke verantwoording kwetsbaar.
Over dit manco is in de afgelopen jaren vaker aandacht gevraagd. Ook de vraag wanneer een wet voor openbaarheid van bestuur eindelijk in behandeling zal worden genomen in het parlement blijft relevant. Tot nu toe is het daarop opvallend stil gebleven.
Een waarschuwing die nog steeds overeind staat
De waarschuwing die tijdens de Academische Week van 2022 werd uitgesproken staat vier jaar later nog altijd overeind. Zonder sterke interne controle en zonder een parlement dat zijn controlerende rol actief invult, ontstaat ruimte voor mismanagement, inefficiëntie en het verkeerd omgaan met publieke middelen.
Die boodschap was destijds niet alleen bedoeld voor de regering, maar nadrukkelijk ook voor de DNA. Juist daarom blijft de centrale vraag vandaag even eenvoudig als confronterend: wanneer wordt deze waarschuwing eindelijk serieus genomen?
Zolang staatsbedrijven blijven opereren met beperkte transparantie en zolang Suriname geen wet kent die burgers recht geeft op toegang tot overheidsinformatie, blijft de boodschap die in het parlement van 2022 klonk onverminderd actueel.





