De goudprijs staat op recordhoogte. Wat voor sommigen economische kansen betekent, vertaalt zich in Suriname steeds vaker naar chaos, geweld en ecologische verwoesting. Illegale goudwinning rukt op, dieper het achterland in, maar ook dichter naar onze samenleving toe. De vraag is niet langer óf dit een probleem is, maar of wij als land nog voldoende zijn opgewassen tegen de gevolgen.
In 2011 werd met veel ambitie de Ordening Goudsector Suriname (OGS) geïnstalleerd. Het doel was helder: orde brengen in een sector die jarenlang werd gekenmerkt door wildgroei. OGS moest zorgen voor regulering van de goudwinning, betere controle, milieubescherming, transparantie en een eerlijkere bijdrage van de sector aan de staatskas. Ook het terugdringen van illegale activiteiten hoorde nadrukkelijk bij die opdracht.
Vijftien jaar later moeten we ons eerlijk afvragen: is dat doel bereikt?
Hoeveel middelen zijn in OGS gestoken, en wat heeft het concreet opgeleverd? Feit is dat de illegale goudwinning niet is verdwenen, maar zich heeft aangepast, verplaatst en verhard. Na OGS zijn er plannen, commissies en operaties geweest, maar echte structurele ordening is uitgebleven. Handhaving bleef fragmentarisch, capaciteit beperkt en politieke wil wisselend.
Vorige maand waren wij samen met de Franse ambassadeur in het binnenland. Wat we vanuit de lucht zagen, was ronduit schokkend: kale vlaktes, open wonden in het landschap, vervuilde waterwegen. Het is een beeld dat geen rapport nodig heeft om te begrijpen wat hier gebeurt. Dit is geen randverschijnsel meer; dit is systematische aantasting van ons leefgebied.
Milieuactivist Erlan Sleur vraagt al jaren aandacht voor deze problematiek. Zijn waarschuwingen zijn bekend, zijn analyses consistent. Toch bleven concrete acties bitter schaars. We hebben het laten slabakken — niet uit onwetendheid, maar omdat er belangen spelen. Economische, politieke en soms criminele belangen die zwaarder leken te wegen dan milieu, veiligheid en rechtsorde.
Intussen neemt het geweld toe. Vechtpartijen en schietincidenten rond goudvelden zijn geen uitzondering meer. Het recente incident bij ZinJin laat zien hoe ver de straffeloosheid is doorgeschoten. Men is niet bang. Niet voor de autoriteiten, niet voor sancties, nauwelijks voor de gevolgen. Dat is misschien wel het meest verontrustende signaal.
Daarmee dringt zich een ongemakkelijke vraag op: zijn wij als land voldoende toegerust om deze ontwikkeling te keren? Beschikken we over de mensen, middelen en vooral de politieke ruggengraat om het achterland daadwerkelijk te beschermen?
De betrokkenheid van Frankrijk lijkt onvermijdelijk te groeien. Illegale goudwinning stopt immers niet bij staatsgrenzen. De vraag is niet óf, maar hoe intensief de Franse autoriteiten betrokken zullen worden. En belangrijker: doen wij dat vanuit regie en samenwerking, of uit noodzaak omdat we de controle verliezen?
Wat zich nu in het binnenland afspeelt, is geen “ver-van-mijn-bed-show” meer. Milieuvervuiling, georganiseerde criminaliteit en geweld sijpelen uiteindelijk door naar de kust, naar onze economie en onze veiligheid. De hoge goudprijs legt pijnlijk bloot wat we al wisten: zonder ordening, zonder handhaving en zonder moedige keuzes betalen we als samenleving de hoogste prijs.
De tijd van wegkijken is voorbij. De vraag is of de politiek dat ook durft te erkennen.













