Suriname heeft geen tekort aan plannen. Wat we wél hebben, is een chronisch tekort aan uitvoering — en misschien nog erger: een samenleving die dat inmiddels normaal is gaan vinden.
Hoe vaak hebben we het niet gezien? Er is geld. Er is een plan. Er is zelfs urgentie. En toch gebeurt het niet.
Neem de gezondheidszorg. Jarenlang wordt er gesproken over noodzakelijke medische apparatuur die levens kan redden. Artsen trekken aan de bel; middelen zouden beschikbaar zijn, maar uiteindelijk wordt er niet geleverd. In plaats daarvan wordt gekozen voor omslachtige oplossingen, zoals afhankelijkheid van testen in het buitenland. Met alle risico’s en vertragingen van dien. Dat zijn geen abstracte beleidsfouten — dat zijn keuzes die direct impact hebben op mensenlevens.
Of kijk naar financiële instellingen en toezicht. In verschillende dossiers zien we dat controlemechanismen bestaan, maar niet effectief functioneren. De Centrale Bank van Suriname heeft een toezichthoudende rol, net als andere instanties binnen het financieel systeem. Toch zijn er situaties geweest waarin regels werden omzeild of onvoldoende werden gehandhaafd. Dan rijst de vraag: bestaan die regels alleen op papier?
Maar toezicht faalt niet alleen op nationaal niveau.
Binnen staatsbedrijven en instellingen hebben Raden van Commissarissen (RvC’s) juist de taak om toezicht te houden op directies, beleid te controleren en in te grijpen wanneer zaken misgaan. In de praktijk zien we echter dat ook daar het toezicht vaak tekortschiet. RvC-leden worden regelmatig benoemd op basis van politieke loyaliteit in plaats van deskundigheid. Kritische controle blijft uit, en in plaats van onafhankelijk toezicht ontstaat er een verlengstuk van het beleid dat juist gecontroleerd zou moeten worden.
Volgens de wet zou er wél controle moeten zijn. De Rekenkamer van Suriname moet toezien op hoe staatsmiddelen worden besteed. De Nationale Assemblee heeft de taak om de regering te controleren. Maar wat zien we in de praktijk? Rapporten zonder gevolgen. Discussies zonder consequenties. Verantwoordelijken die zelden echt verantwoording afleggen.
Maar falend beleid zie je niet alleen in rapporten — je ziet het letterlijk om je heen.
Onze scholen verkeren op veel plekken in slechte staat. Gebouwen zijn verouderd, onderhoud blijft uit, en leerlingen moeten dagelijks functioneren in een omgeving die allesbehalve stimulerend is. Het oude gebouw van het ministerie van Financiën — de plek waar het financieel beleid van het land vorm krijgt — kampt met achterstallig onderhoud, waarbij zelfs dakpannen losraken. En onze nationale zender, de Stichting Televisie en Radio Omroep Suriname, ziet er van binnen op veel plekken verwaarloosd uit.
Het zijn geen incidenten. Het is een patroon.
Onderhoud is geen luxe — onderhoud is behoud. En juist daar gaat het structureel mis.
Maar het blijft niet bij zorg en financiën.
Kijk naar het onderwijs. Wanneer docenten of universiteitsmedewerkers in actie gaan, ligt het systeem vrijwel direct stil. Colleges vallen uit, tentamens worden uitgesteld en studenten blijven in onzekerheid achter. Het recht op onderwijs — vastgelegd in de Grondwet — komt daarmee onder druk te staan. Het zijn steeds dezelfde groepen die de prijs betalen van structureel falend beleid.
En dan zijn er de meest kwetsbaren in onze samenleving. Sociale instellingen die kinderen met een beperking opvangen, zoals de Kennedy Stichting en de Tyltylschool, moeten soms maanden wachten op hun subsidie. Maanden. Terwijl zij afhankelijk zijn van die middelen om zorg, begeleiding en onderwijs te bieden. Wat zegt het over onze prioriteiten wanneer juist deze instellingen in onzekerheid worden gelaten?
En toch … blijft het stil.
We klagen. We praten. We delen berichten. Maar structurele druk? Die blijft uit.
Dat is misschien het moeilijkste deel van dit verhaal: wij zijn dit gaan accepteren.
We zijn gewend geraakt aan half werk. Aan projecten die nooit worden afgerond. Aan besluiten die zonder uitleg worden teruggedraaid. Aan situaties waarin niemand echt verantwoordelijk wordt gehouden.
Internationaal is dit geen onbekend patroon. De World Bank laat in haar analyses zien dat landen waar burgers minder druk uitoefenen en waar controle-instanties zwak functioneren, structureel slechter presteren. Maar je hoeft geen rapport te lezen om dat in Suriname te zien — je merkt het elke dag.
De vraag is dus niet alleen: waarom faalt de overheid?
De vraag is ook: waarom laten wij dat toe?
Een deel van het antwoord ligt in vermoeidheid. Mensen zijn moe van teleurstellingen. Moe van beloftes die niet worden nagekomen. Daarnaast speelt politieke loyaliteit een rol — een factor die we te vaak onderschatten. Loyaliteit aan partijen of personen zorgt ervoor dat we fouten relativeren, goedpraten of zelfs verdedigen.
Maar laten we eerlijk zijn: politieke loyaliteit houdt ons land achter.
Pas als wij het patroon erkennen, kunnen we werken aan echte verandering.
Zolang we blijven zwijgen, blijven relativeren en blijven accepteren, zal er niets veranderen. Dan blijven plannen mislukken, blijven systemen falen en blijven juist de meest kwetsbaren de prijs betalen.







