De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) heeft samen met de regering overleg gevoerd over de mogelijke economische gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten voor Suriname. President Jennifer Simons sprak woensdag 11 maart 2026 op het Kabinet van de President met het bestuur van de organisatie over de risico’s voor onder meer brandstofprijzen, inflatie en de koopkracht van kwetsbare groepen.
Volgens VES-voorzitter Steven Debipersad is het Midden-Oosten een belangrijke speler op de internationale oliemarkt, waardoor de eerste gevolgen van de spanningen vermoedelijk zichtbaar zullen worden in de prijzen van gasoline en diesel. Daarnaast kan de crisis ook doorwerken in de stroomvoorziening en in de import van basisproducten zoals graan en meel.
Tijdens het overleg is gesproken over de manier waarop Suriname zich tijdig kan voorbereiden op verdere internationale ontwikkelingen. Daarbij is volgens Debipersad gekeken naar de vraag welke groepen bescherming nodig hebben, welke maatregelen getroffen kunnen worden en wat de financiële impact daarvan kan zijn.
De VES-voorzitter gaf aan dat in het bijzonder is stilgestaan bij de bescherming van sociaal zwakkeren, maar ook van de middenklasse, mocht de situatie verder verslechteren. Hij zei tevreden te zijn dat de president al vooraf over verschillende scenario’s had nagedacht, waardoor het gesprek volgens hem direct de diepte in kon gaan.
Debipersad wees er verder op dat een stijgende wereldolieprijs ook extra inkomsten voor Staatsolie kan betekenen. De overheid is volgens hem voornemens om eventuele extra middelen in te zetten om de impact op de samenleving te verzachten. Daarmee wil de regering voorkomen dat de hogere internationale prijzen een negatieve uitwerking hebben op de inflatie en de wisselkoers.
Hoewel de VES in principe geen voorstander is van structurele subsidiëring, vindt de organisatie wel dat bepaalde groepen die financieel nauwelijks nog schokken kunnen opvangen, extra bescherming moeten krijgen. Volgens Debipersad zal de komende periode moeten blijken hoe de voorgenomen maatregelen in de praktijk uitwerken.









