De kantonrechter heeft V.P. veroordeeld tot vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens het herhaaldelijk overtreden van een beschermingsbevel dat was uitgevaardigd om zijn moeder te beschermen. Het vonnis werd uitgesproken op dinsdag 25 februari 2026 en is volledig in lijn met de eis van het Openbaar Ministerie (OM).
V.P. stond terecht voor schending van artikel 17 van de Wet Bestrijding Huiselijk Geweld. Uit het strafdossier en de behandeling tijdens de zitting is volgens de rechter wettig en overtuigend bewezen dat hij zich meerdere keren niet heeft gehouden aan het rechterlijk opgelegde beschermingsbevel.
Het beschermingsbevel werd op 21 december 2023 uitgesproken en op 22 mei 2024 officieel aan de verdachte betekend. Daarmee was hij formeel op de hoogte van de opgelegde verboden. Het bevel hield onder meer in dat V.P. zijn moeder niet mocht bedreigen, intimideren of uitschelden, zich niet agressief mocht gedragen en haar geen geld mocht vragen of afpersen. Ook gold een verbod om zich tussen 20.00 uur en 06.00 uur bij haar woning op te houden.
Volgens de stukken negeerde de verdachte dit verbod herhaaldelijk. Hij zou meerdere keren het erf van zijn moeder hebben betreden om geld te eisen. Wanneer zij weigerde, zou hij agressief zijn geworden, haar hebben uitgescholden en bedreigd. De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij wist dat hij het beschermingsbevel overtrad.
Sinds de betekening van het bevel op 22 mei 2024 is V.P. al vijf keer veroordeeld voor overtreding van hetzelfde beschermingsbevel. Eerdere straffen hebben hem er volgens het OM niet tegengehouden opnieuw de wet te overtreden.
Het OM benadrukte tijdens de behandeling dat een beschermingsbevel geen vrijblijvende maatregel is, maar een bindend rechterlijk bevel bedoeld om slachtoffers van huiselijk geweld te beschermen. Het negeren ervan brengt volgens het OM niet alleen de veiligheid van het slachtoffer in gevaar, maar ondermijnt ook het gezag van de rechter en de rechtsorde. Daarom werd een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk geacht om herhaling te voorkomen en de bescherming van het slachtoffer te waarborgen.
Naast de celstraf had het OM ook voortzetting van de psychiatrische behandeling en handhaving van het bevel tot gevangenhouding gevorderd. De kantonrechter heeft de verdachte overeenkomstig deze eis veroordeeld.









