De Nationale Milieu Autoriteit (NMA) heeft bij zandputten in de omgeving van het inheemse dorp Grankreek in Saramacca aanwijzingen gevonden voor mogelijke milieuschade.
Tijdens een inspectie zag de autoriteit onder meer een grote, met water gevulde ontgronding. Ook was het herstel van het terrein, zoals voorgeschreven in de exploitatievergunning, volgens de NMA nog niet zichtbaar uitgevoerd. Dorpsbewoners willen dat de zandwinning in hun woon- en leefgebied definitief stopt.
De bevindingen staan in een brief van de NMA van 17 juli 2026 aan de districtscommissaris van Saramacca. De autoriteit onderzocht het terrein op 6 juli, nadat de districtscommissaris om een onafhankelijk onderzoek had gevraagd. Volgens de NMA zijn er aanwijzingen dat de zandwinning het landschap en de bodemstructuur aanzienlijk heeft veranderd. De aangetroffen situatie kan daarnaast gevolgen hebben voor de leefomgeving van planten en dieren en voor de veiligheid van mensen en dieren.

De NMA benadrukt dat het om een verkennende inspectie ging. Er is geen volledig onderzoek naar de bodem, het water of de ecologie uitgevoerd. Ook kon een van de zandputten niet worden betreden, omdat de toegang met een afgesloten hek was versperd. Die locatie kon daardoor slechts beperkt worden beoordeeld.
Dorpsbewoners willen geen nieuwe graafwerkzaamheden
Bewoners van Grankreek verzetten zich al langer tegen de zandwinning. Volgens hen liggen de werkzaamheden dicht bij het dorp en tasten zij het gebied aan waar bewoners jagen en vissen. Kapitein Angelique Palmtak zegt dat de gemeenschap daarom heeft besloten de toegangsweg te barricaderen. “Wij willen dat niemand hier komt om te graven, omdat wij er de dupe van worden”, zegt zij.
Volgens Palmtak moeten jagers tegenwoordig verder het bos in dan voorheen. Bewoners stellen dat menselijke activiteiten het wild uit de omgeving hebben verdreven. De NMA tekende tijdens haar inspectie eveneens verklaringen op over verminderde mogelijkheden voor jacht en visvangst, maar vermeldt nadrukkelijk dat zij deze gevolgen niet onafhankelijk heeft vastgesteld.
De bewoners vinden dat bij de vergunningverlening onvoldoende rekening is gehouden met hun woon- en leefgebied. Zij vragen zich af hoe in dat gebied een vergunning voor zandwinning kon worden afgegeven, terwijl hun eigen aanspraken op de grond volgens hen niet zijn geregeld.
Herstel van terrein nog niet zichtbaar
Volgens de brief van de NMA verleende het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen een exploitatievergunning voor de winning van opvulzand, ingaande op 5 september 2024 en geldig voor drie jaar. De autoriteit schrijft dat de districtscommissaris de werkzaamheden, volgens informatie die zij ontving, ongeveer drie maanden vóór de inspectie had stilgelegd na bezwaren van omwonenden.
Tijdens het terreinbezoek stelde de NMA vast dat de herstelverplichting uit vergunningsvoorwaarde 5.3 nog niet zichtbaar was uitgevoerd. De autoriteit adviseert de districtscommissaris haar bevindingen voor te leggen aan het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, zodat passende herstelmaatregelen door de vergunninghouder kunnen worden getroffen.
Palmtak stelt dat bij een van de putten dieper is gegraven dan toegestaan. De NMA-brief bevestigt die specifieke bewering niet. De autoriteit noemt wel de omvangrijke ontgronding en de niet zichtbaar uitgevoerde herstelverplichting. Ook de vraag hoe de werkzaamheden zich precies verhouden tot de vergunningsvoorwaarden vraagt om een reactie van het ministerie en de vergunninghouder.
De NMA wijst verder op mogelijke veiligheidsrisico’s van de watergevulde put en op de mogelijkheid dat stilstaand water een broedplaats wordt voor ziekteoverbrengende muggen. Of die risico’s zich daadwerkelijk hebben voorgedaan, is in de brief niet vastgesteld.
Voor de bewoners staat intussen vast dat zij geen hervatting van de zandwinning willen. “Hoe kan er een concessie uitgegeven worden in ons woon- en leefgebied?”, vraagt Palmtak.








