Het Nationaal Archief Suriname (NAS) heeft op maandag 5 oktober het boek ‘Overijssel & Slavernij’ in ontvangst genomen. De publicatie belicht de betrokkenheid van de Nederlandse provincie Overijssel bij koloniale slavernij, waaronder de banden van Overijsselse plantage-eigenaren met Suriname. Schrijver, journalist en filmmaker Morena Leter overhandigde het boek namens de Overijssel Academie.
Het meer dan tweehonderd pagina’s tellende boek bevat 25 historische verhalen en vijf interviews met nazaten van tot slaaf gemaakten. De publicatie behandelt de Overijsselse banden met koloniale slavernij in de Oost en de West, van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw, met enkele latere uitlopers.
Historicus Coen van Galen, verbonden aan de Radboud Universiteit en de Historische Database Suriname en Curaçao, benadrukt in zijn voorwoord de betekenis van die geschiedenis. “Met een boek als dit doen we rekenschap aan ons verleden en recht aan nabestaanden. Het zou een waarschuwing moeten zijn hoe gemakkelijk ondernemingszin kan ontaarden in uitbuiting. Met name als we mensen niet meer als medemensen zien.”
Inspiratie voor documentaire
Voor Leter was het een openbaring dat mensen uit Overijssel plantages in Suriname bezaten, waaronder Peperpot en ’t IJland. Die ontdekking inspireerde haar tot verder onderzoek en vormt de basis voor haar volgende film, die naar verwachting in april 2027 verschijnt.
Leter neemt deel aan een filmproject van Stichting Rakonto. Het project moet twaalf korte documentaires, zogenoemde minikronieken, opleveren over het slavernijverleden van Overijssel. In films van maximaal tien minuten brengen de deelnemers onder meer in beeld hoe families, steden en handelshuizen profiteerden van plantages en mensenhandel in Suriname en het Caribisch gebied.
Leter herinnert zich de geschiedenislessen over slavernij op de basisschool en de muloschool als abstract. “De lessen waren toen heel abstract, nu vind ik het wel tijd worden om in het onderwerp te duiken en te zien waar ik uitkom.”
Volgens haar biedt het boek waardevolle informatie voor geschiedenisstudenten en andere geïnteresseerden. Ze hoopt dat de schenking ook nieuwe contacten oplevert. “Ik hoop stiekem dat dit ook een uitwisseling en zelfs een samenwerking op gang zal brengen tussen het NAS en de Overijssel Academie.”
Aanvulling op archiefcollectie
Onderdirecteur Audrey Hofwijks nam het boek namens het NAS in ontvangst. Zij noemt de publicatie een waardevolle aanvulling op het bestaande materiaal over het slavernijverleden.
“Het sprak me enorm aan, omdat ik vind dat er veel meer gedaan moet worden met het slavernijverleden”, aldus Hofwijks. Ze verwijst onder meer naar publicaties over de plantagegeschiedenis en werken van Helstone en Lamur, waarin mensen namen kunnen opzoeken.
Ook voor Hofwijks was de betrokkenheid van Overijsselse plantage-eigenaren bij Suriname nieuwe informatie. Zij hoopt dat het boek de belangstelling voor historisch onderzoek vergroot en bezoekers stimuleert om in de NAS-archieven naar andere verbanden te zoeken. Volgens haar is de publicatie inmiddels beschikbaar voor het publiek.
Handel, plantages en verzet
Het boek behandelt in vijf hoofdstukken verschillende aspecten van het Overijsselse slavernijverleden. Aan bod komen de banden met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC), plantage-eigenaren en de compensatiegelden van 1863.
Daarnaast beschrijft de publicatie bedrijven en industrieën met koloniale banden, waaronder de handel in katoen en tabak en de rol van Zwolle als doorvoerhaven. Ook de zwarte aanwezigheid in Overijssel en het verzet tegen slavernij krijgen aandacht.
De verhalen laten zien hoe het koloniale slavernijverleden ook deel uitmaakt van de geschiedenis van deze oostelijke Nederlandse provincie.








