NPS-parlementariër Poetini Atompai heeft dinsdag tijdens een vergadering in De Nationale Assemblee (DNA) hard uitgehaald naar oud-president Chan Santokhi en procureur-generaal Garcia Paragsingh. Volgens Atompai is binnen het Openbaar Ministerie (OM) sprake van een situatie waarin één persoon in de praktijk bepaalt wie wel en wie niet wordt vervolgd of vastgezet.
Atompai gebruikte daarbij de term dominus litis en omschreef dit als een vorm van “heer en meester”-positie. In zijn betoog wees hij ook op het risico dat één functionaris doorslaggevende invloed kan hebben op vrijheidsbeneming en vervolgingsbeslissingen.
De NPS’er haalde daarnaast voorbeelden aan uit zijn eigen ervaringen van eerder, waarbij volgens hem sprake was van directe instructies en beïnvloeding. Dat typeerde hij als politieke inmenging, en hij stelde dat er in de samenleving al langer klachten leven over de manier waarop het OM opereert.
Pleidooi voor meerkoppige leiding
Atompai sprak zich uit vóór een meerkoppige leiding bij het OM. Volgens hem hoeft de Grondwet niet vast te leggen hoeveel procureurs-generaal er moeten zijn, maar zou een college van PG’s wel kunnen bijdragen aan betere besluitvorming en minder afhankelijkheid van één persoon. Hij verwees daarbij naar het principe primus inter pares (de eerste onder gelijken), waarbij een voorzitter wordt aangewezen zonder hiërarchische gezagsverhouding.
Verwijzing naar Hellings en Gentle
In zijn bijdrage verwees Atompai ook naar de zaak rond Raoul Hellings en Sergio Gentle. Volgens hem zouden er “institutionele leugens” zijn gebruikt om twee hoofdofficieren van politie met ontslag te sturen. Hij stelde dat overleg voorafgaand aan het tekenen van ontslagresoluties neerkomt op politieke inmenging, en benadrukte dat hij verandering wil brengen in de werkwijze.
Alternatief: Hoge Raad der Nederlanden
Atompai stelde verder voor om Suriname (voorlopig) aan te laten sluiten bij de Hoge Raad der Nederlanden als derde hoogste rechtsinstantie. Volgens hem is het Surinaamse rechtssysteem historisch nauw verbonden met het Nederlandse, en wordt in de praktijk veel verwezen naar Nederlandse jurisprudentie.
Hij gaf aan zelden te zien dat juristen verwijzen naar uitspraken van het Caribbean Court of Justice (CCJ), terwijl er wel druk is om naar die instantie over te stappen. Atompai koppelde dit ook aan toegankelijkheid: volgens hem kunnen niet alle burgers de kosten dragen om zaken bij de CCJ te voeren. In zijn visie zou aansluiting bij de Hoge Raad, eventueel met een kamer in Suriname, de regering tegelijk ruimte geven om op termijn te werken aan een eigen, “versurinamiseerde” derde rechtsinstantie.
Atompai stelde tot slot dat voorstellen om voor de CCJ te kiezen volgens hem politiek gemotiveerd zijn.












