Stichting Brave Hera werkt aan een voorstel voor een gesloten register van veroordeelde zedendelinquenten in Suriname. De stichting heeft op 5 augustus 2026 met het Openbaar Ministerie (OM) gesproken over de juridische mogelijkheden voor registratie, toezicht en screening. Ook wil Brave Hera betere controle op personen die met kinderen werken.
Het overleg vond plaats binnen Project Argus, waarmee de stichting de bescherming van kinderen tegen seksueel geweld wil versterken. Het voorgestelde register zou uitsluitend toegankelijk moeten zijn voor bevoegde instanties. Namens het OM namen de officieren van justitie mr. Panchoe en mr. Nunes deel aan het gesprek. Brave Hera werd vertegenwoordigd door Samuel Jabini en Damaris Wijntuin.
Volgens de stichting kwam tijdens het overleg naar voren dat de huidige wetgeving beperkingen kent voor het toezicht op veroordeelde zedendelinquenten. Een rechter kan bij een voorwaardelijke veroordeling een meldplicht en andere voorwaarden opleggen, zoals een contactverbod met het slachtoffer of verplichte psychologische begeleiding. De afdeling Justitiële Kinderbescherming (JKB) controleert volgens de verstrekte informatie de naleving daarvan. Nadat iemand zijn straf volledig heeft uitgezeten, biedt de wet volgens de bevindingen uit het gesprek geen mogelijkheid meer voor verder toezicht.
Ook de screening van mensen die met kinderen werken, kwam aan de orde. Volgens Brave Hera is een Bewijs van Goed Gedrag in Suriname niet verplicht, ook niet voor functies waarbij medewerkers met kinderen in contact komen. Er is volgens de stichting evenmin een instantie die controleert of werkgevers dit bewijs aanvragen.
Tijdens het overleg zijn daarnaast bestaande systemen besproken waarop mogelijk kan worden voortgebouwd. Brave Hera noemt onder meer de informatieverstrekking via het Bewijs van Goed Gedrag aan werkgevers van ambtenaren en een beschermd registratiesysteem voor jeugdigen dat in samenwerking met UNICEF bestaat. Volgens de stichting acht het OM een intern, niet-openbaar overzicht van zedendelinquenten voor opsporingsdoeleinden in beginsel mogelijk.
Een ander aandachtspunt betreft personen die in het buitenland voor een zedendelict zijn veroordeeld en zich vervolgens in Suriname vestigen. Een register dat uitsluitend Surinaamse vonnissen bevat, zou deze groep buiten beeld laten.
Volgens Brave Hera heeft het OM het initiatief positief ontvangen en aangegeven waar mogelijk ondersteuning te willen bieden. De stichting zet de gesprekken met bevoegde instanties voort en wil de bevindingen verwerken in concrete wetsvoorstellen. Daarbij bestudeert zij ook de wetgeving van andere CARICOM-lidstaten, met bijzondere aandacht voor Trinidad en Tobago en Jamaica.
Brave Hera zet zich in voor de rechtsbescherming van kwetsbare personen, vooral kinderen en jeugdigen, en de preventie van seksueel geweld.







