De Rekenkamer van Suriname kampt met financiële, huisvestings- en vooral capaciteitsuitdagingen, terwijl het instituut belast is met de controle op het volledige staatshuishouden. Dat zei voorzitter Shaan Bhoendie dinsdag 31 maart 2026 bij de overhandiging van het jaarverslag 2025 aan president Jennifer Simons op het Kabinet van de President.
Volgens Bhoendie vormt vooral de beperkte capaciteit een van de grootste belemmeringen voor het werk van de Rekenkamer. Toch probeert de organisatie die knelpunten aan te pakken. Met het huidige team is het volgens hem nog mogelijk om de wettelijke taken uit te voeren.
De Rekenkamer is als hoogste onafhankelijk controleorgaan belast met het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de overheidsfinanciën. Bhoendie benadrukte dat het instituut toezicht houdt op alle publieke middelen die door de overheid worden gebruikt. “Daaronder kan je verstaan, alles dat met de overheid te maken heeft. Alle publieke gelden die gebruikt worden door de overheid, daarop houden we toezicht en controle”, aldus de voorzitter.
Het aanbieden van het jaarverslag vóór 1 april is een wettelijke verplichting. In het verslag worden de onderzoeksresultaten van het voorgaande jaar vastgelegd. Na aanbieding aan de regering en de voorzitter van De Nationale Assemblée worden de rapporten ook gepubliceerd op de website van de Rekenkamer.
De controles van het instituut lopen uiteen van financiële audits en rechtmatigheidsonderzoeken tot doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken. Ook de begrotingsrekening wordt gecontroleerd en daarnaast voert de Rekenkamer zelfstandige onderzoeken uit, waaronder zogeheten specialty audits, zoals die in het kader van het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI).
Bhoendie gaf verder aan dat de Rekenkamer als onafhankelijk instituut op elk moment controles mag uitvoeren op alles wat aan de staat toebehoort. Daarbij worden ook onderzoeken gedaan naar onrechtmatigheden. Zo zijn recente onderzoeken naar corruptieve zaken, waaronder bij het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer, eveneens vastgelegd in rapporten met aanbevelingen en verbeterpunten.
Wanneer uit onderzoek blijkt dat middelen niet correct zijn gebruikt, wordt daarvan verslag gedaan aan het parlement en aan de onderzochte instantie. Daarmee onderstreept de Rekenkamer haar rol als controleorgaan binnen het openbaar bestuur.



