Het Court of Arbitration for Sport (CAS) heeft op 1 april geoordeeld dat Danilho Doekhi niet voor het Surinaamse nationale team mag uitkomen. Hiermee heeft het tribunaal het eerdere besluit van de FIFA bevestigd.
De Surinaamse Voetbal Bond (SVB) en Doekhi waren in beroep gegaan bij het CAS, nadat de FIFA de aanvraag voor een nationaliteitswissel had afgewezen. De SVB hoopte de verdediger van 1. FC Union Berlin nog op tijd speelgerechtigd te krijgen voor de belangrijke WK-kwalificatiewedstrijden, maar het tribunaal is niet meegegaan in de argumentatie van de bond.
De FIFA weigerde Doekhi speelgerechtigd te verklaren, omdat hij na zijn 21ste nog voor Jong Oranje uitkwam en zijn Surinaamse sportpaspoort pas later werd bekrachtigd. De bond voert aan dat Doekhi dispensatie verdient, mede omdat vergelijkbare zaken (zoals die van doelman Maarten Paes) wel gunstig uitvielen voor de speler.
Doekhi speelde als jeugdspeler voor Nederland Onder-18, Onder-19 en Onder-20 en heeft vijf interlands voor Jong Oranje achter zijn naam. Van een oproep voor de seniorenselectie kwam het echter nooit. Op zijn positie is de concurrentie te groot. Hij koos niet te wachten op een oproeping en besloot om uit te komen voor Suriname, dat in oktober 2024 een aanvraag indiende om Doekhi speelgerechtigd te krijgen bij de FIFA.
Maar het verzoek werd afgewezen en ook de CAS heeft dit van de tafel geveegd. De droom van Doekhi om uit te komen voor Suriname is niet in vervulling gegaan.


