De Nationale Assemblee (DNA) heeft besloten een onderzoekscommissie in te stellen voor de behandeling van de vorderingen om de voormalige ministers Gillmore Hoefdraad, Riad Nurmohamed en Bronto Somohardjo in staat van beschuldiging te stellen. Het besluit is genomen tijdens een huishoudelijke vergadering van het parlement.
De commissie krijgt de opdracht om de ingediende verzoeken van de procureur-generaal nader te bestuderen. Daarbij zullen de onderliggende dossiers worden geanalyseerd, relevante documenten worden beoordeeld en indien nodig betrokkenen worden gehoord. Pas daarna zal DNA zich uitspreken over de vervolgstappen.
VHP-parlementariër Asis Gajadien noemt deze fase belangrijk voor het functioneren van de rechtsstaat. In verklaringen aan D-TV Express en Suriname Herald stelde hij dat het parlement zijn werk onafhankelijk, zorgvuldig en zonder politieke druk moet uitvoeren.
Volgens Gajadien moeten transparantie, rechtsgelijkheid en respect voor de democratische instituties centraal staan in de behandeling van deze zaken. Hij benadrukte dat het standpunt van de VHP volgens hem vanaf het begin consistent is geweest en niet is beïnvloed door politieke omstandigheden of machtsverhoudingen.
Met betrekking tot de zaak van voormalig minister Riad Nurmohamed zei Gajadien dat principes leidend moeten zijn. Volgens hem moet de wet voor iedereen gelijk gelden, omdat dat de basis vormt van goed bestuur en van het vertrouwen van de samenleving.
De vorderingen van de procureur-generaal hebben betrekking op vermeende strafbare feiten die tijdens de ambtsperiode van de drie voormalige bewindslieden zouden zijn gepleegd. In het geval van Hoefdraad gaat het om een nieuwe vordering in de kwestie rond de Surinaamse Postspaarbank.
Nurmohamed wordt onder meer in verband gebracht met het Pan American Real Estate-project. De zaak tegen Somohardjo is mede gebaseerd op een rapport van de Centrale Landsaccountantsdienst, beter bekend als CLAD.
Met het instellen van de onderzoekscommissie kiest DNA ervoor zich eerst een volledig beeld te vormen van de dossiers, voordat wordt besloten of de betrokken voormalige ministers al dan niet in staat van beschuldiging worden gesteld.
