Presidentieel adviseur voor klimaat en biodiversiteit John Goedschalk blijft ondanks toenemende uitdagingen optimistisch over de toekomst van de natuurbescherming in Suriname. Volgens hem zal het langer duren om de bossen duurzaam te beschermen, onder meer door weerstand vanuit verschillende belangengroepen, maar is het doel nog altijd haalbaar.
In gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) zegt Goedschalk dat binnen zowel de regering als De Nationale Assemblée (DNA) verschillend wordt gedacht over natuurbescherming en de prioriteit die daaraan moet worden gegeven. Volgens de adviseur is wetgeving nodig om Surinames positie als bosrijkste land ter wereld, met een bosbedekking van 93 procent, veilig te stellen. “Het gaat misschien nog even duren, maar we moeten gewoon doorgaan”, stelt Goedschalk.
Hij wijst erop dat de eerder toegezegde ondersteuning van 20 miljoen Amerikaanse dollar door vijf internationale natuur- en milieuorganisaties nog steeds beschikbaar is. Met die middelen zouden onder meer investeringen in waterprojecten in dorpen en initiatieven voor natuurbescherming mogelijk moeten worden gemaakt. Volgens Goedschalk worden voorbereidingen daarvoor al getroffen.
De klimaatadviseur zegt zich te kunnen vinden in de visie van president Jennifer Simons op bosbescherming. Tegelijk merkt hij op dat er bij delen van de samenleving zorgen bestaan dat de nadruk op natuurbescherming ten koste kan gaan van productiviteit en ontwikkeling. Volgens Goedschalk hoeft dat niet zo te zijn, mits Suriname kiest voor een doordachte ruimtelijke ordening.
Hij pleit onder meer voor een betere inrichting van het binnenland, waarbij ruimte wordt gemaakt voor bijvoorbeeld toerisme, zonder dat dit leidt tot ongecontroleerde uitgifte van concessies. Vooral in het zuiden van het land waarschuwt hij voor wildgroei als gevolg van aanvragen voor concessies. Volgens hem zijn duidelijke ordening, standvastig beleid en gezamenlijke inspanning van de samenleving noodzakelijk.
Naast ontbossing baart ook milieuvervuiling hem zorgen. Goedschalk wijst op de situatie in het Lawagebied, waar goudwinning volgens hem heeft geleid tot ernstige aantasting van de bodem en het water. Hij zegt rapporten te hebben bestudeerd waaruit blijkt dat op meerdere plekken in het zuiden sprake is van zware vervuiling.
Als voorbeeld noemt hij Apetina, waar de vervuiling volgens hem ernstig is. De adviseur vreest dat de gevolgen op de lange termijn niet alleen zichtbaar zullen worden in de natuur, maar ook in de volksgezondheid. Hij waarschuwt voor gezondheidsproblemen en geboortedefecten als gevolg van het gebruik van giftige stoffen in de goudwinning.
Volgens Goedschalk is ook Paramaribo niet buiten gevaar. Hij zegt dat er in de hoofdstad al metingen zijn gedaan naar kwikdamp en dat op sommige locaties waarden zijn geregistreerd die dicht bij de gevarenzone liggen. Daarbij merkt hij op dat dergelijke signalen al tien jaar geleden zichtbaar waren.
Verder stelt de adviseur dat de ontbossing in de afgelopen vijf jaar verdrievoudigd is. Hij plaatst daarom vraagtekens bij de carbon-negatieve status van Suriname, al geeft hij aan dat de cijfers over 2025 nog moeten worden afgewacht.












