De Guyanese minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Vickram Bharrat, zegt dat de offshore olie- en gasactiviteiten van Guyana normaal doorgaan, ondanks de toegenomen geopolitieke spanningen in de regio na de Amerikaanse militaire operatie waarbij de Venezolaanse president Nicolás Maduro afgelopen weekend werd opgepakt.
Bharrat bevestigde op 4 januari aan OilNOW dat er “geen verstoring” is bij de activiteiten van ExxonMobil in het Stabroek-blok. De Guyanese autoriteiten volgen de ontwikkelingen volgens hem nauwgezet om de energiesector en nationale belangen te beschermen. (
De spanningen liepen in de regio op nadat de Verenigde Staten meldden dat Maduro en zijn echtgenote, Cilia Flores, op 3 januari in Caracas werden aangehouden en naar de VS zijn overgebracht. Tijdens hun eerste zitting in New York op 5 januari pleitten beiden onschuldig.
Productie rond 900.000 vaten per dag
ExxonMobil Guyana meldde eerder dat de dagelijkse olieproductie in het Stabroek-blok de mijlpaal van 900.000 vaten per dag heeft bereikt, mede door het op volle capaciteit brengen van het Yellowtail-project (250.000 vaten per dag).
Extra veiligheidsmaatregelen
In Guyana werden de veiligheidsmaatregelen de afgelopen dagen opgevoerd. President Irfaan Ali sprak publiekelijk over het activeren van het veiligheidsapparaat en het monitoren van de situatie, waarbij ook contact is geweest met regionale partners.
De bezorgdheid over incidenten op zee speelt daarbij mee. In maart 2025 drong een Venezolaans patrouilleschip volgens berichtgeving de exclusieve economische zone van Guyana binnen, in de buurt van activiteiten in het Stabroek-gebied, waarna Guyana onder meer luchtmiddelen en de kustwacht inzette.
Grensconflict bij Internationaal Gerechtshof
Guyana en Venezuela zijn al jaren verwikkeld in een territoriaal conflict over het Essequibo-gebied. De zaak draait om het Arbitrale Vonnis van 1899 dat de grens vastlegde. Venezuela verklaarde dit vonnis in 1962 ongeldig en claimt sindsdien een groot deel van het Guyanese grondgebied.
Guyana stapte in 2018 naar het Internationaal Gerechtshof (ICJ). Het Hof oordeelde in 2020 dat het bevoegd is om de zaak te behandelen.















