Advocaat Hugo Essed heeft stevige kritiek geuit op de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA). Volgens hem biedt deze wet verregaande bescherming aan politieke ambtsdragers en staat zij op gespannen voet met het beginsel van gelijkheid voor de wet.
Essed noemde de regeling in het programma Welingelichte Kringen op ABC een “bijzonder onding”. Daarbij verwees hij naar artikel 140 van de Grondwet, waarin volgens hem een constructie is opgenomen die afwijkt van de normale rechtsgang.
Volgens de advocaat geldt in principe dat iedere burger in Suriname gelijk is voor de wet en dat iedereen die een strafbaar feit pleegt, door de procureur-generaal vervolgd kan worden. “Dat monopolie om te beslissen of iemand vervolgd wordt, ligt bij de pg”, stelde Essed.
Hij wees erop dat de situatie anders ligt wanneer het gaat om politieke ambtsdragers die verdacht worden van misdrijven gepleegd in de uitoefening van hun functie. In zulke gevallen bepaalt de WIPA dat niet de procureur-generaal, maar De Nationale Assemblée moet beslissen of vervolging kan plaatsvinden.
Volgens Essed is dat problematisch, omdat DNA volgens hem bij uitstek een politiek orgaan is. Hij vindt dat hiermee politieke inmenging in strafvervolging wettelijk wordt vastgelegd. “Als er één grotere vorm van politieke inmenging is in de vervolging in Suriname, dan is dit wel het voorbeeld”, zei hij.
De advocaat stelt dat politieke ambtsdragers door deze constructie feitelijk extra worden beschermd, omdat het parlement op politieke gronden kan besluiten een vervolging niet toe te staan. Daarbij kan volgens hem worden meegewogen of een strafzaak ongewenste politieke gevolgen heeft voor de orde en rust in de samenleving.
Essed concludeert dat de huidige regeling fundamenteel in strijd is met het algemeen aanvaarde uitgangspunt dat het vervolgingsmonopolie bij de procureur-generaal behoort te liggen. Hij pleit daarom voor schrapping van artikel 140 uit de Grondwet.












