De ontvoering van president Nicolás Maduro van Venezuela door de Verenigde Staten, onder leiding van president Donald Trump, is wereldwijd veroordeeld. Toch blijven harde woorden van onder meer de EU en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) uit. Maduro en zijn vrouw worden in de VS voor de rechter gebracht, terwijl zij, voor zover publiek bekend, geen Amerikaanse wet zouden hebben overtreden. In hoeverre Amerikaanse rechters de politieke moed zullen opbrengen om president Trump op te dragen Maduro terug te sturen, valt nog te bezien.
De macht van de Amerikaanse dollar
Na de Tweede Wereldoorlog financierden de Verenigde Staten, als land dat relatief ongeschonden uit de oorlog kwam, via het Marshallplan de wederopbouw van West-Europa en Japan. Tegelijkertijd werden de Sovjet-Unie en Oost-Europa grotendeels uitgesloten.
In de wapenwedloop die daarna ontstond, investeerde de VS steeds meer in de defensie-industrie en relatief minder in consumptiegoederen. West-Europa en Japan herstelden zich snel. Hun behoefte aan financiering en producten uit de VS nam af, terwijl zij zelf steeds meer gingen exporteren en daarmee concurrenten werden.
Als antwoord hierop zorgde Amerika ervoor dat landen met aardolie hun olie in Amerikaanse dollars verkochten. Daarmee werd bereikt dat landen dollars moesten verdienen of bezitten om energie te kunnen kopen. Naarmate de industrie in Europa en Japan groeide, steeg hun energievraag en daarmee ook de vraag naar dollars. Dat hielp de waarde van de dollar te ondersteunen.
Tegelijkertijd produceerde de VS naar eigen zeggen relatief minder en drukte zij meer dollars om consumptie en uitgaven te financieren en de wereldwijde vraag naar dollars te bedienen. Internationale organisaties zoals de VN, het IMF en de Wereldbank werden eveneens met dollars gefinancierd.
De ommekeer: globalisering en verplaatsing van productie
Rond 1990 besloten veel eigenaren van grote bedrijven in de VS en de EU productie te verplaatsen naar ontwikkelingslanden, met name China en India. Dat proces werd “globalisering” genoemd. Het doel was winstmaximalisatie: lagere productiekosten, toegang tot zeer grote afzetmarkten en de aanwezigheid van grondstoffen.
Naarmate de productie in China en India steeg, daalde volgens deze redenering de vraag naar producten uit de VS en de EU, terwijl de export uit Azië naar het Westen bleef groeien. De VS en de EU probeerden dit te remmen door strengere eisen te stellen aan importproducten. Daarnaast zouden zij spanningen in het Midden-Oosten hebben laten oplopen om transport te vertragen en olieprijzen op te drijven, in de hoop dat productiekosten in Azië zouden stijgen. Dat zou echter weinig effect hebben gehad.
Door jarenlange economische groei konden landen in Azië armoede terugdringen en ook eigen defensie-industrieën opbouwen. Op onderdelen van ruimtevaarttechnologie zouden zij de VS zelfs voorbij zijn gestreefd. Daarnaast zouden zij steeds vaker de rol van financier van ontwikkelingsprojecten in kleinere landen hebben overgenomen.
Schulden, goud en alternatieven voor de dollar
Intussen moest de VS blijven lenen om uitgaven te financieren, onder meer via staatsobligaties en bankleningen. De schuldenlast is volgens de schrijver zeer hoog opgelopen. Ook zouden landen als China, Japan en India grote hoeveelheden Amerikaanse schuldpapier bezitten.
Volgens deze visie zien landen in Azië de dollar als risico: een munt waarvan de macht mede wordt gedragen door de militaire slagkracht van de VS. Daarom zouden zij geleidelijk Amerikaanse obligaties afbouwen, goudvoorraden repatriëren en dollarreserves (deels) omzetten in goud. Dit zou zichtbaar zijn in stijgende goudprijzen.
Daarnaast werd BRICS opgericht, waarbij lidstaten en bevriende landen meer handel in eigen valuta zouden afwikkelen. Ook zou de praktijk om olie uitsluitend in dollars te verhandelen afnemen, waardoor de positie van de dollar verder verzwakt.
De aanpak van Trump en de EU
Dat de Amerikaanse economie onder druk staat, blijkt volgens de schrijver onder meer uit stijgende werkloosheid. Tegelijkertijd bestaat het risico dat, bij verdere ontwaarding van de dollar, grote houders van Amerikaanse schuldpapieren deze massaal kunnen verkopen, wat de financiële stabiliteit kan ondermijnen.
De EU zou bovendien vrezen dat een dollarcrisis de euro en grote fondsen, waaronder pensioen- en welvaartsfondsen waarin veel Europees kapitaal is belegd, mee omlaag trekt.
In deze redenering organiseren de VS en de EU (via de NAVO) de oorlog in Oekraïne mede om tijd te kopen en de aandacht af te leiden, terwijl zij weten dat een escalatie tegenover Rusland – met een groot nucleair arsenaal – catastrofale gevolgen kan hebben.
Ook bij het ontvoeren van Maduro zou Trump hebben geweten dat grote delen van Azië, Afrika en Zuid-Amerika zich tegen hem zouden keren, maar hij deed het toch. In hetzelfde kader plaatst de schrijver ook Trumps uitspraken over het willen inlijven van Groenland en Canada. De halfslachtige verklaringen van de EU, vooral rond Groenland, zouden volgens deze visie medeplichtigheid verraden.
Slot
Volgens de schrijver zal intimidatiepolitiek van de VS en de EU in 2026 geen uitweg bieden uit de financiële problemen. Zij hebben te maken met China, India en Rusland, die economisch, financieel en militair gezamenlijk machtiger zouden zijn dan de VS en de EU samen. In de VS zouden er mensen zijn, in en buiten het Congres, die dit beseffen. De hoop is dat ook in de EU die realiteitszin snel groeit, zodat men kiest voor dialoog.
Kenneth Sukul










