Een jaar na de oprichting zet het Global NARS Consortium (GNC), een wereldwijd samenwerkingsverband van nationale landbouwonderzoekssystemen, belangrijke stappen om zijn positie als gezamenlijke stem te versterken. Het consortium richt zich op het beïnvloeden van beleid, het mobiliseren van middelen en het actief deelnemen aan internationale agenda’s rond landbouw en voedselzekerheid.
Het GNC werd in april 2025 officieel gelanceerd tijdens CGIAR Science Week, met ondersteuning van onder meer het Inter-American Institute for Cooperation on Agriculture (IICA) en het Forum of the Americas for Agricultural Research and Technological Development. Tijdens de bijeenkomst kwamen internationale organisaties, beleidsmakers, onderzoekers en vertegenwoordigers uit de private sector samen om te discussiëren over manieren om landbouwproductiviteit te verhogen en innovatie in rurale gebieden te stimuleren.
Het consortium, dat inmiddels organisaties uit 34 landen omvat, is opgericht vanuit de overtuiging dat geen enkel land de uitdagingen rond voedselzekerheid alleen kan oplossen. Die noodzaak wordt versterkt door toenemende klimaatrisico’s, verlies van biodiversiteit en afnemende ontwikkelingsfinanciering.
Volgens coördinator Botir Dosov spelen onderzoeksinstellingen een cruciale rol in landbouwinnovatie, maar ontbreekt het nog aan een gezamenlijke, krachtige stem. Het GNC wil hierin verandering brengen door samenwerking tussen landen in het mondiale zuiden en internationale onderzoeksorganisaties te versterken.
Daarnaast fungeert het consortium als platform voor kennisuitwisseling tussen regio’s. Het moet onderzoeksinstellingen in staat stellen om actiever mee te bepalen welke onderzoeksagenda’s worden gevolgd, in plaats van deze uitsluitend door internationale organisaties te laten vaststellen.
Het GNC werkt nauw samen met het Global Forum on Agricultural Research and Innovation en CGIAR aan een gezamenlijke strategie voor de komende jaren. In het actieplan voor 2026 staan onder meer initiatieven om vergeten gewassen nieuw leven in te blazen, digitale innovaties in de landbouw inclusiever te maken en agro-ecologische praktijken te stimuleren.
Volgens Hugo Chavarría biedt het consortium grote kansen voor onderzoeksinstituten. “Het GNC kan uitgroeien tot een belangrijk platform voor kennisuitwisseling en gezamenlijke projecten, gebaseerd op ervaringen uit verschillende regio’s,” stelt hij.
Ook Karen Montiel benadrukt het belang van internationale samenwerking: “Het delen van technologieën en wetenschappelijke inzichten is essentieel om innovatie daadwerkelijk om te zetten in productiviteit en duurzaamheid.”
Het consortium onderstreept daarnaast het belang van betrokkenheid van boeren en lokale gemeenschappen bij onderzoek. Door hen actief te betrekken, moeten projecten beter aansluiten op de praktijk. Tegelijkertijd zet het GNC in op het veiligstellen van langetermijnfinanciering voor duurzame oplossingen voor onder meer bodemdegradatie en de terugkeer van grensoverschrijdende plant- en dierziekten.


