VHP-parlementariër Mahinder Jogi zegt dat het verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) om voormalig minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed, in staat van beschuldiging te stellen, schade toebrengt aan het imago van de partij. Dat zei hij maandagavond in het programma To The Point.
Volgens Jogi gaat het vooralsnog om een verzoek van het OM aan De Nationale Assemblee om Nurmohamed in staat van beschuldiging te stellen, zodat verder strafrechtelijk onderzoek kan worden verricht. Hij benadrukte daarbij dat dit niet betekent dat de oud-minister schuldig is.
Toch erkent de parlementariër dat de kwestie de VHP raakt. “Absoluut doet dit iets aan het imago van de partij,” aldus Jogi. Volgens hem zorgt het enkele feit dat het verzoek bij het parlement is ingediend al voor ongerustheid binnen de partij. “Er is sprake van imagoschade,” stelde hij.
Jogi vreest bovendien dat de politieke schade groter kan worden als ook andere voormalige bewindslieden van de partij in verband worden gebracht met soortgelijke verzoeken. Hij noemde als voorbeeld een mogelijke in staat van beschuldigingstelling van ex-minister Parmanand Sewdien. In dat geval, zei hij, zou de imagoschade voor de VHP nog groter zijn.
Zelfs als Nurmohamed uiteindelijk zou worden vrijgesproken, verwacht Jogi dat de discussie rondom de zaak de partij zal blijven achtervolgen. Volgens hem bestaat dan het risico dat in de samenleving de indruk ontstaat dat de VHP invloed zou hebben uitgeoefend op de rechterlijke macht.
Tegelijkertijd maakte Jogi duidelijk dat de VHP bereid is ruimte te bieden aan het juridische proces. Volgens hem zal de partij meewerken aan de behandeling van het verzoek in het parlement. “Het recht moet zegevieren en dat is het standpunt van de partij,” zei hij.













