“De regering moet overwegen om een standbeeld te maken van Eddy Jharap”, zei DNA-lid Mahinder Jogi donderdag in het parlement tijdens de begrotingsbehandeling.
Jogi zei dat Jharap, voormalig directeur van Staatsolie, de pionier is in de oliesector in Suriname. Hij beweerde dat dankzij Jharap Staatsolie is opgeschoten, heeft gepresteerd, geschiedenis heeft geschreven en een goed voorbeeld is onder de staatsbedrijven. “De man die zelf met laarzen in velden van Catharina Sophia heeft geholpen bij het aanleggen van buizen van dit bedrijf, verdient een standbeeld.” Hij hoopt dat de regering dit serieus overweegt en dat dit gebeurt voordat de eerste olie uit Blok 58 wordt gewonnen.
Jharap werd geboren in een landbouwersgezin van 10 kinderen. 1964 behaalde hij het diploma van de Algemene Middelbare School en kreeg een studiebeurs voor geologie van de bauxietmaatschappij Suralco. Hij vertrok naar Nederland om daar te studeren. Als afgestudeerde trad Jharap bij zijn terugkeer in Suriname in 1970 in dienst van de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst (GMD). Een hoogtepunt in zijn leven was 25 november 1982: de dag van zijn eerste succesvolle olieboring.
Hij heeft zijn bekendheid te danken aan het succes van de Staatsolie tijdens zijn beleid als algemeen directeur gedurende 25 jaren (sinds 1980). Jharap is de eerste werknemer, eerste directeur en de eerste jubilaris met 25 dienstjaren van het bedrijf. Hij werd in 2005 opgevolgd door Marc Waaldijk.
In 1998 wilde de regering-Wijdenbosch Staatsolie verkopen. Hugo Coleridge, de ontdekker van de olie in het Calcutta-olieveld, stapte als president-commissaris van de RvC van Staatsolie op om zijn onvrede kenbaar te maken. Jharap, oprichter en directeur van Staatsolie, verzette zich tegen de plannen en werd door Jules Wijdenbosch (NDP) ontslagen. De rechter draaide het ontslag later terug. Doordat protesten Wijdenbosch ten val brachten, waren de verkoopplannen van de baan.













