“Is het echt gebeurd?”, “Waar gaan ze met ons bloed?”, “Ik houd van deze verhalen”, zo reageren enkele leerlingen op het Sranantongo-verhaal ‘Maskita e sutu. Fu san ede?’
De voorleesactiviteit was onderdeel van de herdenking van de Dag der Moedertalen. Vrijwilligers van de culturele organisatie NAKS hebben in het Sranan voorgelezen op verschillende scholen. Daarvoor zijn scholen in Paramaribo en omgeving geselecteerd.
Een van de personen die heeft voorgelezen is Georgetina Codfried-Koorndijk. Bij haar introductie aan de leerlingen heeft zij aangegeven dat een van de bijzonderheden van het Sranan is dat het voorkomt in het volkslied. Zij heeft ook beide coupletten met de leerlingen doorgenomen en geanalyseerd. ‘Maskita e sutu. Fu san ede?’ is een mythisch verhaal over het ontstaan van muskieten en waarom die zoemen en prikken. “Ik heb dit verhaal gekozen, omdat wij in deze periode veel last hebben van muskieten”, zegt ze. De NAKS-vrijwilliger heeft vaker meegedaan aan het Sranantongodictee en heeft in 2024 de eerste plaats behaald.
Voor Codfried-Koorndijk is de liefde voor deze taal met de paplepel ingegoten. “Het is de taal waarmee ik ben opgegroeid. Ik mocht wel alleen in het Nederlands antwoorden wanneer mijn moeder in het Sranantongo tot mij sprak.” Zo ook wanneer haar oom de Surinaamse lingua franca tegen haar sprak. Daarnaast was zij als jong meisje ook verplicht een Sranantongo-column in de krant te lezen. “Wanneer ik een woord verkeerd uitsprak, moest ik het opnieuw lezen.”
De Sranantongoliefhebber is de taal uit eigen interesse gaan leren schrijven en begrijpen. “Volgens mij was ik gewoon getriggerd doordat ik niet in het Sranan mocht antwoorden. Tot in mijn volwassenheid heb ik niet in het Surinaams met mijn moeder en mijn oom gesproken. Het is me nooit gelukt om het te doen.”
Voor twee van de leerlingen die naar ‘Maskita e sutu. Fu san ede?’ hebben geluisterd, waren twee momenten bijzonder. “De liefdesverklaring tussen het koppel en het moment waarop de muskietenlarvjes ontstonden.” Zij hebben zelf andere moedertalen, maar willen heel graag meer verhalen in het Sranan lezen.
Volgens Codfried-Koorndijk is het Sranan niet meer weg te denken zoals vroeger het geval was. “Je moest vroeger jouw mond wassen of je kreeg zelfs slaag als je Sranan had gesproken (als kind). Maar in de hedendaagse maatschappij kan dat niet meer.” Verder heeft zij een specifieke droom voor deze moedertaal. “Ik zou het erg waarderen als de taal ook op school werd aangeleerd. Het is een van de moedertalen van de leerlingen. Het maakt niet uit waar iemand vandaan komt voordat je het weet, kan de persoon een mondje Sranan praten.”
De Unesco heeft 21 februari tot de Dag van de Moedertalen uitgeroepen in 1991. NAKS houdt sinds 2019 jaarlijks Sranantongo voorleesactiviteiten op scholen rond de Dag van de Moedertalen. “Het is een dag die de taalkundige en culturele diversiteit en meertaligheid viert. De Unesco benadrukt het belang van moedertalen als instrument om het culturele erfgoed levend te houden”, aldus een persbericht van NAKS.
De organisatie wil met het voorlezen van verhalen in het Sranantongo onderstrepen dat Sranantongo een belangrijke moedertaal is die Surinamers met trots spreken. De organisatie hoopt met de voorleesdag leerlingen te laten genieten van Sranantongo en ervaren het als een taal die even belangrijk is als de andere talen die ze kennen of dagelijks horen.
Hiermee hoopt NAKS dat de liefde en waardering van het Sranan als onderdeel van het Surinaams culturele erfgoed en de ontwikkeling van de identiteit worden versterkt. “Door de moedertaal in ere te houden, blijft de taalkundige en culturele traditie bestaan en wordt men zich bewuster van de verschillen tussen de diverse talen”, aldus de organisatie.












