Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en vertegenwoordigers van de pluimveesector werken aan een bredere aanpak om urgente knelpunten binnen de sector structureel aan te pakken. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar directe problemen, maar ook naar ontwikkelingsmogelijkheden die de sector op langere termijn moeten versterken.
Tijdens een vervolgoverleg met de Associatie Pluimvee Sector Suriname (APSS) op 13 maart is onder meer gesproken over de gevolgen van de vogelgriepsituatie in Europa. Door de uitbraak in bepaalde gebieden geldt momenteel een importverbod op broedeieren uit die regio’s. De sector heeft volgens de overheid inmiddels alternatieve mogelijkheden aangeboord om de productie op peil te houden. De resultaten van deze nieuwe broedronde worden binnen ongeveer twee weken verwacht.
Een ander belangrijk punt dat tijdens het overleg naar voren kwam, is de noodzaak om bestaande technische voorschriften in de pluimveesector wettelijk vast te leggen. Volgens de APSS is dat nodig om het toezicht te verbeteren en sancties mogelijk te maken tegen bedrijven of personen die zich niet aan de regels houden. Ook zou dit bijdragen aan een betere voedselveiligheid voor consumenten van pluimveeproducten.
Minister Mike Noersalim van LVV gaf aan dat vraagstukken binnen de pluimveesector vaak meerdere beleidsterreinen raken. Daarom worden ook andere ministeries betrokken bij het zoeken naar oplossingen. Naast LVV gaat het daarbij onder meer om de ministeries van Financiën, Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) en Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO).
Ondanks de bestaande uitdagingen blijven LVV en de pluimveehouders inzetten op uitbreiding van de productie. Volgens de APSS kan de sector vanaf medio dit jaar tussen de 600.000 en 800.000 extra kippen op de markt brengen. Die toename wordt gezien als een belangrijke versterking van de nationale voedselvoorziening.
Het ministerie en de sector hebben de intentie uitgesproken de samenwerking verder te verdiepen. Daarmee willen zij de lokale productie stimuleren en de afhankelijkheid van import geleidelijk terugdringen.











