Minister Patrick Brunings heeft donderdag 26 februari 2026 in een uitgebreid vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) uiteengezet hoe de regering de komende jaren de olie- en gasontwikkelingen wil benutten. Volgens de bewindsman kan de sector de economische ‘recovery’ versnellen, maar mag Suriname er absoluut niet op gaan leunen.
Brunings stelt dat de inkomsten uit de offshore industrie juist moeten dienen als hefboom om duurzame industrieën op te bouwen. “We moeten deze welvaart gebruiken om duurzame industrieën op te zetten, zodat we flexibel blijven en niet afhankelijk worden van slechts één bron”, aldus de minister.
De regering zet volgens hem in op een versnelde exploitatie van de offshore voorkomens, met als centrale doelstelling de transitie naar een gediversifieerde economie. Met de naderende productie in 2028 bereidt Suriname zich volgens Brunings voor op wat hij omschrijft als “Suriname 3.0”.
Focus op veiligheid, milieu en gas als schone(re) route
De visie van OGM is volgens Brunings helder: het Surinaamse bekken moet optimaal worden benut door het aantrekken van deskundige investeerders die veiligheid en milieubescherming prioriteren. Daarbij plaatst hij gas nadrukkelijk naast olie. Gas ziet hij als een schonere energiebron die een rol kan spelen in de bredere energietransitie.
In dat kader wees de minister op Blok 52, waar de resultaten van appraisal-boringen volgens hem veelbelovend zijn. Op basis daarvan wordt, zo verwacht hij, eind dit jaar of begin volgend jaar toegewerkt naar een definitief investeringsbesluit (Final Investment Decision, FID) voor gas.
Staatsolie groeit naar gelijkwaardige strategische partner
Brunings gaf verder aan dat de samenwerking met internationale oliemaatschappijen de afgelopen jaren is veranderd. Namen als TotalEnergies, Shell en Petronas werden door hem genoemd als partijen waarmee de relatie zich heeft ontwikkeld richting een strategisch partnerschap.
Volgens de minister wordt Staatsolie inmiddels erkend als een gelijkwaardige partner. Hij benadrukte daarbij het belang van kennisopbouw en praktijkervaring voor Surinaamse professionals. “We hebben onze jonge mensen laten collaboreren met deze partners en onszelf heel snel kunnen optrekken tot het niveau van internationale spelers”, stelde Brunings. In zijn lezing vormt die groei de basis voor een gezonde symbiose, waarin Staatsolie ook kan adviseren en ondersteunen.
Voorkomen van ‘Dutch disease’ met roadmap tot 2040
Om te voorkomen dat de olie-inkomsten andere economische sectoren verdringen, bereidt OGM zich volgens Brunings voor op een grootschalige nationale workshop. Het doel is om te komen tot een roadmap richting 2040, waarbij de olie- en gasopbrengsten gericht worden ingezet om meerdere sectoren te versterken.
De minister noemde onder meer moderne landbouw, ecotoerisme en visserij als sectoren die baat moeten hebben bij investeringen uit de olie-industrie. Daarbij benadrukte hij dat ook burgers een actieve rol moeten spelen door zich tijdig voor te bereiden op nieuwe kansen die de economie kan bieden.
‘Dutch disease’ (Hollandse ziekte) is een economisch verschijnsel waarbij een land dat plotseling veel verdient aan grondstoffen, kan merken dat andere delen van de economie juist verzwakken, bijvoorbeeld door stijgende kosten en verschuiving van arbeid en investeringen naar één dominante sector.
Eerste olie in 2028 als kantelpunt voor hervormingen
Brunings wees erop dat Suriname zich in aanloop naar de eerste olieproductie in 2028 in een cruciale fase bevindt. Terwijl de assemblage van de FPSO (drijvende productie- en opslageenheid) voor het Gran Morgu-project in Blok 58 volgens hem vordert in China en Maleisië, ziet hij de huidige periode van exploratie en ontwikkeling als fundament voor bredere hervormingen.
De minister koppelde de olie- en gasontwikkeling aan de noodzaak van structurele veranderingen binnen de publieke sector en het onderwijs. Volgens hem is het juist nú belangrijk om te investeren in beleid, capaciteit en mensen, zodat de opbrengsten straks kunnen bijdragen aan duurzame groei en een economie die minder kwetsbaar is voor schokken.











