Het Nederlandse Openbaar Ministerie heeft zojuist bekendgemaakt dat met drie Surinaamse banken transacties zijn overeengekomen in een zaak rond verdenking van schuldwitwassen in 2018.
Volgens het OM betaalt Hakrinbank 166.000 euro aan de Nederlandse staat, terwijl Finabank en De Surinaamsche Bank elk 124.500 euro betalen. Het OM stelt daarbij nadrukkelijk dat de in beslag genomen 19,5 miljoen euro zal worden geretourneerd aan de betrokken banken.
Met die officiële bekendmaking lijkt een duidelijke wending te zijn gekomen in een dossier waarover maandag vanuit Suriname nog een andere toon klonk. De Communicatie Dienst Suriname meldde op 16 maart, op basis van een verklaring van minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning, dat er “tot op heden geen officiële bevestiging” was ontvangen over de vrijgave van het bedrag. In de strekking van dat CDS-bericht werden eerdere publicaties over een mogelijke vrijgave dus als onbevestigd neergezet. Het gepubliceerde bericht van het Nederlandse OM vandaag, wijst echter in een andere richting, omdat daarin niet alleen sprake is van een formele buitengerechtelijke afdoening, maar ook expliciet wordt vermeld dat de gelden worden teruggegeven.
De zaak sleept al jaren. Het gaat om een geldzending van bijna 19,5 miljoen euro die in april 2018 op Schiphol door de FIOD in beslag werd genomen. Volgens het OM was het geld afkomstig van drie Surinaamse banken en bestemd voor Hongkong. Het Nederlandse OM stelde dat het vermoeden was ontstaan dat de banken zich schuldig hadden gemaakt aan schuldwitwassen, omdat er in Suriname onvoldoende toezicht zou zijn gehouden op de herkomst van het contante geld, onder meer via klanten van geldwisselkantoren die weer klant waren bij de banken.
Nog op 10 februari 2026 oordeelde de Hoge Raad in Nederland dat het beslag op de geldzending in stand bleef. Daarmee bleef een eerdere beslissing van het gerechtshof Den Haag uit augustus 2024 overeind. De Hoge Raad stelde toen onder meer vast dat het geld eigendom was van drie Surinaamse handelsbanken en dat de Centrale Bank van Suriname slechts als verzender, ofwel ‘shipper’, optrad.
Dat maakt de nieuwe ontwikkeling des te opmerkelijker. Waar de beslagprocedure eerder in het nadeel van de Surinaamse zijde uitviel, kiest het Nederlandse OM nu voor een buitengerechtelijke afdoening met de drie banken. Volgens het OM is bij het bepalen van de transacties rekening gehouden met de ouderdom van de zaak en het feit dat sprake zou zijn van schuldwitwassen, een lichter vergrijp dan opzet- of gewoontewitwassen. Het OM zegt bovendien dat geen opzet is vastgesteld en dat evenmin kon worden vastgesteld dat het volledige geldbedrag een criminele herkomst had.
Het OM wijst er verder op dat Suriname de afgelopen jaren stappen heeft gezet om de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering te versterken. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de in 2022 aangenomen wetgeving en verbetermaatregelen bij de banken op het gebied van cash controls, KYC en governance.
De officiële publicatie uit Nederland zet de eerdere Surinaamse ontkenning of relativering van de vrijgave in elk geval onder druk. Waar CDS maandag nog meldde dat er geen officiële bevestiging was en eerdere berichtgeving daarmee feitelijk weersprak, laat het OM nu zien dat er wél een formele regeling is getroffen en dat de teruggaaf van de 19,5 miljoen euro onderdeel is van die afwikkeling.












