Negentien aspirant-arbeidsinspecteurs beginnen op maandag 13 juli 2026 aan de eenjarige Basisopleiding tot Junior Arbeidsinspecteur. Minister André Misiekaba en onderminister Raj Jadnanansing van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) gaven vrijdag officieel het startsein voor de opleiding. De groep bestaat uit veertien vrouwen en vijf mannen. Zij worden een jaar lang voorbereid op hun toekomstige toezichthoudende en handhavende taken binnen de Arbeidsinspectie.
De opleiding moet de deelnemers voorzien van de nodige kennis, vaardigheden en beroepshouding om toe te zien op de naleving van de arbeidswetgeving. Daarbij ligt de nadruk op het bevorderen van veilige, gezonde en menswaardige arbeidsomstandigheden en het beschermen van werknemers tegen uitbuiting.
Misiekaba en Jadnanansing benadrukten tijdens de bijeenkomst dat arbeidsinspecteurs een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen. Volgens hen zijn deskundigheid, onafhankelijkheid, professionaliteit en integriteit essentieel voor een goede uitvoering van het werk.
Ook bondsvoorzitter Hugo Blanker, de regionale hoofden Lucien Kartopawiro en Merlien Nelson en inspecteur-generaal Rowan Noredjo voerden het woord. Zij stonden onder meer stil bij de verdere professionalisering van de Arbeidsinspectie en het belang van voldoende gekwalificeerd personeel.
Noredjo wees erop dat de Arbeidsinspectie de afgelopen jaren met grote personeelstekorten en beperkte financiële middelen heeft gekampt. De vorige basisopleiding begon in 2022, nadat dertien jaar lang geen nieuwe opleiding was georganiseerd. Hierdoor is volgens hem een grote kloof ontstaan tussen ervaren inspecteurs en nieuwe aspiranten.
Sommige aspiranten wachten volgens de inspecteur-generaal al één tot drie jaar op de mogelijkheid om de opleiding te volgen. Zolang zij de opleiding niet hebben afgerond, beschikken zij niet over de wettelijke bevoegdheden om zelfstandig op te treden en zijn zij afhankelijk van begeleiding door een beperkt aantal senior-inspecteurs.
Noredjo pleitte daarnaast voor modernisering van het wettelijk instrumentarium van de Arbeidsinspectie. De huidige boetebedragen voor overtredingen van de arbeidswetgeving zijn volgens hem verouderd en te laag om voldoende afschrikwekkend te werken.
Hij wil ook dat overtredingen door uitzendbureaus en overtredingen van de minimumloonwetgeving worden opgenomen op de boetelijst. Volgens hem zijn voldoende personeel, passende wetgeving en effectieve sancties noodzakelijk om de Arbeidsinspectie haar toezichthoudende en handhavende taken naar behoren te laten uitvoeren.












