Het stichtingsbestuur van het Staatsziekenfonds (SZF) heeft algemeen directeur Rudrakanth Oemraw per maandag 23 februari 2026 op non-actief gesteld. Het besluit is die dag schriftelijk aan hem meegedeeld.
Volgens het bestuur is een intern onafhankelijk onderzoek ingesteld naar het handelen van de directeur in de uitoefening van zijn functie. In de brief wordt verwezen naar mogelijke handelingen die in strijd zouden zijn met de statuten van het SZF en het geldende directiereglement.
“Dit onderzoek is noodzakelijk onder andere naar aanleiding van handelingen in strijd met de statuten van het SZF en het vigerende directiereglement. In dit kader wordt u ingaande heden op non-actief gesteld”, schrijft het stichtingsbestuur.
Het bestuur geeft aan dat de maatregel bedoeld is om het onderzoek onbelemmerd te laten verlopen. Oemraw mag gedurende de non-actiefstelling de gebouwen en terreinen van het SZF niet betreden en krijgt geen toegang tot digitale systemen, dossiers en administratie. Ook mag hij geen contact opnemen met medewerkers of zakelijke relaties over de kwestie.
Inleveren van SZF-eigendommen
In het schrijven is Oemraw verzocht alle eigendommen van het SZF die zich in zijn bezit bevinden, waaronder voertuigen, documenten, sleutels en toegangsmiddelen, in te leveren. Dit moet volgens het bestuur uiterlijk donderdag 26 februari 2026 om 10.00 uur gebeuren bij de secretaris van het bestuur op het SZF-kantoor.
Het schrijven is ondertekend door voorzitter Marciano Djaman en secretaris Raynel Enfield. Afschriften zijn verstuurd naar de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid en de directeur van Volksgezondheid.
Aanvulling: interne rapportage noemt contract Melkcentrale-directeur
Als onderdeel van het lopende onderzoek worden ook externe overeenkomsten doorgelicht. Suriname Herald bericht op basis van stukken waarover het medium zegt te beschikken dat de naam van Monché Atompai, directeur van de Melkcentrale Paramaribo, voorkomt in een interne SZF-rapportage. Zijn overeenkomst zou deel uitmaken van meerdere externe contracten die worden getoetst op rechtmatigheid en interne goedkeuring.
Volgens die interne rapportage gaat het om een vijfjarig contract met een maandelijkse vergoeding van SRD 95.856, wat over de volledige looptijd kan oplopen tot ruim SRD 5,7 miljoen. De aard van de dienstverlening wordt in de rapportage niet inhoudelijk toegelicht en ook wordt niet vermeld wie het contract formeel zou hebben goedgekeurd.
Opvallend is dat in de rapportage staat dat bij de HRM-afdeling geen overeenkomst is aangetroffen en dat het contract vermoedelijk is vernietigd. Ook moet volgens de stukken worden nagegaan of betalingen al via de financiële administratie zijn verricht.
De Ware Tijd Online meldt eveneens dat in een voorlopige rapportage twijfels worden geuit over de rechtmatigheid van diverse contracten met externe consultants en dat overeenkomsten niet bij HRM zouden zijn gevonden, terwijl de controle nog loopt en definitieve bevindingen nog niet zijn vastgesteld.













