Het ministerie van Binnenlandse Zaken wordt onderzocht naar aanleiding van een rapport van de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD). In het onderzoek wordt gekeken naar geldstromen, procedures en mogelijke betrokkenen binnen het ministerie over een afgebakende periode. Dat meldt het Openbaar Ministerie in haar berichtgeving.
Volgens de beschikbare informatie richt het onderzoek zich onder meer op drie belangrijke geldstromen. Daarnaast wordt de rol van verschillende rechtspersonen die diensten hebben geleverd aan het ministerie tegen het licht gehouden. Daarbij ligt de nadruk op de wijze van selectie en aanbesteding, de betalingsstromen en de administratieve controle.
Uit voorlopige bevindingen blijkt dat vastgestelde voorschriften, voorwaarden of procedures mogelijk niet (volledig) zijn nageleefd. Ook wordt onderzocht in hoeverre dit kan hebben geleid tot benadeling van de Staat.
De onderzoekers hebben inmiddels meerdere sleutelfiguren binnen en buiten het ministerie gehoord en documentatie verzameld. Het onderzoek is nog gaande; over verdere details worden op dit moment geen mededelingen gedaan.
Key News heeft het CLAD-rapport onder ogen gekregen. In het document worden in hoofdlijnen diverse verkiezingsgerelateerde uitgavenposten over de periode 2021–2024 in kaart gebracht, onder meer aan de hand van missives, betaalmomenten (tranches) en interne registraties. De CLAD beschrijft welke stukken wel en niet zijn aangetroffen en waar volgens haar hiaten zitten in de administratieve onderbouwing. Genoemd worden onder meer uitgaven die verband houden met pre-electorale werkzaamheden, logistiek en mobilisatie, vergoedingen voor werkgroepen, aankopen van goederen en apparatuur, en bouw- en renovatieactiviteiten.
Daarnaast formuleert de CLAD vragen aan het ministerie over de herleidbaarheid van betalingen, de bestemming van middelen en de toepassing van procedures rond selectie, gunning en controle. In algemene zin wijst de accountantsdienst erop dat het ontbreken van essentiële bewijsstukken – zoals facturen, offertes, gunningsbrieven, leveringsbonnen, inventarislijsten en bankafschriften – volledige verantwoording bemoeilijkt. Het rapport bevat vooral een inventarisatie en vraagstelling en vormt volgens de context de basis voor nader onderzoek en verdere verduidelijking door betrokken instanties.













