Van hasj en heroïne naar cocaïne, liquidaties en internationale drugsnetwerken: hoe Nederland in vijftig jaar uitgroeide tot een cruciale schakel in de Europese drugsindustrie.
Het zijn beelden die je eerder zou verwachten uit Latijns-Amerika dan uit een Nederlands dorp: zwaarbewapende mannen die een boerderij bestormen, schoten die door de nacht klinken, een beveiliger die het leven laat en twee agenten die zwaargewond raken.
“Dit gebeurt toch niet in Nederland?” Het is de vraag die na de geweldsexplosie in Overasselt door het land gaat. Politiebronnen spreken zelf al van “Mexicaanse toestanden” en een “drugsoorlog”, midden in een Gelders dorp waar niemand dit voor mogelijk hield.
Toch staat Overasselt niet op zichzelf. De gebeurtenis raakt aan een geschiedenis die ruim vijftig jaar teruggaat. In die periode veranderde Nederland van een land met lokale smokkelnetwerken in een belangrijk knooppunt van de internationale drugsmarkt.
Nederland: geen narcostaat, wel een knooppunt
Nederland het grootste drugsdoorvoerland van Europa noemen, zou te eenvoudig zijn. Nederland, België en Spanje behoren tot de belangrijkste toegangspoorten voor cocaïne in Europa.
Nederland beschikt wel over een bijzondere combinatie van factoren. Het land heeft een van de grootste havens ter wereld, een dicht logistiek netwerk, internationale verbindingen en een omvangrijke chemische industrie. Daarnaast heeft het tientallen jaren ervaring met drugshandel en drugsproductie.
De Nederlandse politie noemt Nederland een cruciaal knooppunt van de mondiale drugsmarkt. Drugs worden er ingevoerd, opgeslagen, verwerkt, geproduceerd en verder gedistribueerd. Dat maakt Nederland meer dan alleen een doorvoerland. Het is een schakel in een wereldwijde illegale economie.
De nacht in Overasselt
In die context krijgt de nacht in Overasselt een extra lading.
Een groep van tientallen mannen trekt naar een woning. Er zijn vuurwapens aanwezig. Wanneer de politie arriveert, wordt er geschoten. Twee agenten raken zwaargewond. De 51-jarige beveiliger Berry komt om het leven.
Uiteindelijk worden 32 verdachten voorgeleid. Het Openbaar Ministerie verdenkt hen ervan als groep betrokken te zijn geweest bij de moord dan wel doodslag op Berry. Ook worden zij verdacht van poging tot moord op twee agenten en van het voorbereiden van onder meer moord, gijzeling en vrijheidsberoving.
De groep is opvallend internationaal samengesteld en bestaat uit zestien Fransen, elf Nederlanders, twee Algerijnen, een Libiër, een Oekraïner en een Belg. Twee verdachten zijn minderjarig.
Een mogelijke aanleiding wordt gezocht in een conflict rond een grote partij cocaïne. In een dreigvideo wordt een persoon uit Overasselt beschuldigd van de verdwijning van ongeveer 1.283 kilo cocaïne. De video wordt onderzocht. Het staat nog niet vast dat de beschuldigingen kloppen of dat dit het motief voor de aanval was.
Dat onderscheid is belangrijk. De verdachten zijn niet veroordeeld. Het onderzoek moet uitwijzen wat er precies is gebeurd. Het mogelijke cocaïnespoor past echter wel in een bekend patroon. Grote drugspartijen vertegenwoordigen enorme bedragen. Conflicten over geld, schulden, verlies en verraad kunnen tot extreem geweld leiden.
Het begon met hasj en heroïne
De Nederlandse drugscriminaliteit van vandaag ontstond niet van de ene op de andere dag. In de jaren zeventig groeide in Nederland een onderwereld rond hasj, cannabis en heroïne. Vooral Amsterdam werd een centrum van de internationale hasjhandel.
De netwerken waren toen kleiner dan nu. Toch ontstond al een belangrijke basis, bestaande uit buitenlandse contacten, smokkelroutes en manieren om illegaal verkregen geld wit te wassen.
In de jaren tachtig professionaliseerde de handel verder. Criminelen investeerden hun opbrengsten in horeca, vastgoed en bedrijven. De grens tussen de legale en illegale economie werd daardoor minder duidelijk.
Nederland had bovendien een groot voordeel voor internationale smokkelaars: een uitstekende infrastructuur met havens, luchthavens, wegen en transportbedrijven. Wat goed was voor de Nederlandse economie, bleek ook bruikbaar voor criminelen.
In de jaren negentig veranderde de markt. Cocaïne werd steeds belangrijker in Europa. De productie vond vooral in Zuid-Amerika plaats, terwijl de afzetmarkt duizenden kilometers verderop lag.
Nederland had een gunstige ligging. De Rotterdamse haven bood toegang tot een enorm Europees distributienetwerk. Ook Antwerpen werd een belangrijke toegangspoort. Daarmee ontstond een internationale keten:
Zuid-Amerika → Europese havens → distributienetwerken → Europese steden
Nederland werd een belangrijke schakel in die keten. Het bleef echter niet bij doorvoer. Het land groeide ook uit tot een belangrijk productiegebied voor synthetische drugs, waaronder MDMA en amfetamine.
Van smokkel naar een criminele industrie
Grootschalige drugshandel vereist meer dan alleen een leverancier en een koper. Er zijn transporteurs, opslagplaatsen, geldstromen, contactpersonen en communicatiemiddelen nodig. Ook zijn er mensen nodig die toegang hebben tot logistieke systemen.
Daardoor ontstond specialisatie. Niet iedereen binnen een netwerk doet hetzelfde. Sommigen regelen het transport. Anderen financieren partijen of witwassen geld. Weer anderen houden zich bezig met geweld.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) beschrijft de georganiseerde criminaliteit als steeds flexibeler en internationaler. Netwerken passen zich aan wanneer politie en justitie hun werkwijze veranderen. Dat verklaart mede waarom het probleem zo hardnekkig is. Wanneer één netwerk wordt aangepakt, betekent dat niet automatisch het einde van de markt.
Wie miljoenen kan verliezen, heeft er een groot belang bij zijn handel te beschermen. Een verdwenen partij kan tot een conflict leiden. Een onbetaalde schuld kan een bedreiging tot gevolg hebben. Verraad kan levensgevaarlijk worden.
Vanaf de jaren negentig werden liquidaties steeds zichtbaarder binnen het criminele milieu. Nederland kreeg een onderwereld waarin niet alleen werd gehandeld, maar ook werd afgerekend. De moord op Klaas Bruinsma in 1991 werd een belangrijk symbool van die oudere periode.
Daarna verschoof de macht tussen verschillende netwerken. Van één centrale maffia was nooit sprake. Het ging om groepen die soms samenwerkten en soms tegenover elkaar stonden.
Sinds de jaren 2010 is het geweld steeds zichtbaarder geworden. De media gebruiken de term ‘Mocro-maffia’ voor een deel van de nieuwere criminele netwerken. Die term verhult echter ook iets. Er bestaat geen organisatie onder die naam die de volledige Nederlandse drugsmarkt controleert.
De werkelijkheid is internationaler. Nederlandse, Belgische, Franse en andere criminele netwerken kunnen met elkaar samenwerken. De contacten lopen door verschillende landen. Het geweld treft bovendien steeds vaker mensen rondom de onderwereld.
In 2016 werd misdaadverslaggever Martin Kok vermoord. In 2018 werd de broer van kroongetuige Nabil B. gedood. Een jaar later werd advocaat Derk Wiersum vermoord. Daarmee verschoof de dreiging. Het ging niet meer alleen om criminelen die elkaar bestreden. Ook familieleden, journalisten en advocaten konden slachtoffer worden.
De digitale onderwereld
Tegelijkertijd veranderde de manier waarop criminelen communiceren. Versleutelde telefoons moesten gesprekken buiten het bereik van politie en justitie houden. De ontmanteling van communicatieplatforms zoals EncroChat bracht daarin verandering.
Opsporingsdiensten kregen zicht op gesprekken over drugshandel, wapens en geweld. De berichten lieten opnieuw zien hoe professioneel en internationaal de netwerken waren geworden.
Ook hier geldt echter hetzelfde patroon. De ontwikkeling verliep de afgelopen jaren niet simpelweg in een rechte lijn omhoog. Het aantal liquidaties nam af, terwijl het aantal explosieaanslagen en andere vormen van intimidatie toenam.
De politie signaleerde die verschuiving in haar onderzoek naar geweld binnen de georganiseerde criminaliteit. De vorm verandert dus, maar het doel kan hetzelfde blijven: concurrenten afschrikken, schulden innen of angst zaaien.
De EUDA meldde dat in 2023 een recordhoeveelheid van ongeveer 419 ton cocaïne in de Europese Unie in beslag werd genomen. België, Spanje en Nederland rapporteerden de grootste hoeveelheden.
Die cijfers betekenen niet dat al deze drugs voor de betreffende landen bestemd waren. Ze laten wel zien hoe belangrijk die landen zijn binnen de Europese cocaïnehandel.
Nederland heeft daarbij een bijzondere positie. Het land combineert import, doorvoer, distributie en productie met een sterke logistieke infrastructuur. De Rotterdamse haven is een belangrijke motor achter de Nederlandse economie, maar haar omvang maakt controle ingewikkeld.
Jaarlijks gaan enorme hoeveelheden goederen door de haven. Criminelen proberen deze legale goederenstromen te misbruiken voor illegale handel. Daarvoor zijn soms mensen nodig die toegang hebben tot terminals, systemen of logistieke processen.
Zo probeert de onderwereld zich in de bovenwereld te nestelen. Niet door de legale economie volledig over te nemen, maar door er gebruik van te maken. Dat maakt georganiseerde criminaliteit moeilijk zichtbaar.
Van Rotterdam naar Overasselt
Daarmee komen we terug bij de nacht in Overasselt: een mogelijk internationaal cocaïneconflict, een groep verdachten uit verschillende landen, zware wapens, een dode beveiliger en twee zwaargewonde agenten.
Het is nog te vroeg om definitief te zeggen dat hier sprake was van een ‘drugsoorlog’. Het onderzoek moet het motief vaststellen. Ook moet de rechter bepalen welke rol iedere verdachte heeft gespeeld.
De zaak laat echter wel zien hoe dicht internationale criminaliteit bij de gewone samenleving kan komen. Het is niet langer vanzelfsprekend dat dergelijk geweld zich uitsluitend afspeelt in de bekende hotspots van de grote steden. Ook een Gelders dorp kan het toneel worden.
Vijftig jaar verandering
In een halve eeuw is de Nederlandse drugscriminaliteit ingrijpend veranderd.
Van hasj naar heroïne. Van heroïne naar cocaïne. Van lokale smokkel naar internationale logistiek. Van losse handelaren naar gespecialiseerde netwerken. Van contant geld naar complexe financiële structuren. Van fysieke ontmoetingen naar versleutelde communicatie.
En van klassieke liquidaties naar een breder spectrum van intimidatie en explosief geweld.
De overheid probeert de infrastructuur achter de drugseconomie aan te pakken. Het WODC beschrijft echter een voortdurend kat-en-muisspel. Criminele organisaties passen zich aan zodra een route, methode of netwerk wordt aangepakt.
Charles Muller
Ingezonden bijdrage
Dit artikel is een ingezonden bijdrage. De inhoud is geschreven op persoonlijke titel en valt onder de verantwoordelijkheid van de auteur. De redactie van Key News Suriname onderschrijft de standpunten in deze bijdrage niet per definitie.
Wilt u ook een opiniestuk of ingezonden bijdrage insturen?
Bekijk hier de voorwaarden en werkwijze.







