De Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO) roept landen in de Amerika’s op om de surveillance en de bestrijding van ziekte-overbrengende insecten te versterken.
De oproep volgt op lokale uitbraken van chikungunya en de voortdurende verspreiding van het Oropouche-virus in verschillende landen. Volgens PAHO vergroot de gelijktijdige aanwezigheid van meerdere arbovirussen de kans op uitbraken, ernstige complicaties en sterfgevallen bij kwetsbare bevolkingsgroepen.
Uit een nieuw epidemiologisch rapport blijkt dat de grootste chikungunya-uitbraken dit jaar plaatsvinden in Bolivia, Brazilië, Paraguay en delen van het Caribisch gebied. Opvallend is dat naast de Aziatische variant van het virus nu ook de Oost-/Centraal-/Zuid-Afrikaanse (ECSA) genotype in omloop is. Dit kan de overdracht en verspreiding in nieuwe gebieden verder versterken.
Tot 9 augustus 2025 zijn in 14 landen samen 212.029 vermoedelijke chikungunya-gevallen en 110 sterfgevallen gemeld. Meer dan 97 procent daarvan komt uit Zuid-Amerika. In 2024 lag het aantal nog aanzienlijk hoger, met ruim 431.000 gevallen en 245 doden.
Ook het Oropouche-virus blijft terrein winnen. In de eerste zeven maanden van dit jaar werden meer dan 12.700 bevestigde gevallen gemeld in elf landen, waaronder Brazilië, Colombia, Cuba, Panama, Peru en Venezuela. Waar de ziekte traditioneel beperkt bleef tot het Amazonegebied, is de verspreiding inmiddels uitgebreid naar nieuwe regio’s.
Chikungunya wordt voornamelijk overgedragen door de Aedes aegypti-mug. De ziekte veroorzaakt hoge koorts, huiduitslag en hevige spier- en gewrichtspijnen die maanden kunnen aanhouden. Ernstige complicaties zoals meningo-encefalitis en Guillain-Barré-syndroom komen vooral voor bij jonge kinderen, ouderen en mensen met onderliggende aandoeningen. Voor Oropouche, dat vooral wordt verspreid door knutten (Culicoides paraensis), zijn de klachten meestal koorts, hoofdpijn en spierpijn, maar soms treden ook neurologische verschijnselen op. Voor beide ziekten bestaan geen specifieke medicijnen of vaccins; behandeling is uitsluitend gericht op symptoombestrijding.
PAHO adviseert landen om vroege opsporing van gevallen te verbeteren, muggenbroedplaatsen te elimineren en PCR-diagnostiek in te zetten in de eerste vijf ziektedagen. Gezondheidswerkers zouden beter getraind moeten worden in het herkennen en behandelen van zowel acute als chronische gevallen. Daarnaast is bewustwording in gemeenschappen cruciaal: gebruik van muskietennetten, insectenwerende middelen en het opruimen van stilstaand water kunnen de verspreiding aanzienlijk verminderen.
Volgens PAHO vereist de bestrijding van Oropouche bovendien aanvullende maatregelen, zoals het droogleggen van tijdelijke waterplassen en het vrijmaken van vegetatie rondom woningen om de voortplantingsplaatsen van knutten te beperken.