Er was een tijd in Suriname waarin barbecue nog geen vanzelfsprekendheid was. Geen rijen langs de straat en geen tientallen verkooppunten die tot diep in de nacht openbleven. In die periode was er Perry’s BBQ, en eigenlijk bijna niets anders.
“Het was nooit een plan”, zegt Perry de Graav. “Ik ben er toevallig ingerold”. De basis werd gelegd door een man die men alleen kende als Poes, tegenwoordig woonachtig in België. Van hem kwam het oorspronkelijk BBQ-recept en de iconische combinatie met koolsalade. Toen Poes door omstandigheden naar het buitenland vertrok, bleven de spullen achter, net als een verkoopafspraak rond het pand van Smellie (Gushan) en vooral: een kans.
“Ik wist toen nauwelijks iets van BBQ”, vertelt Perry. “Hij heeft me een paar dagen de kneepjes van het vak geleerd. Ik begon met twintig bouten en een pan olie om patat te bakken”. De start was moeizaam. Mensen keken, maar reden door. Wekenlang werden er slechts enkele porties per dag verkocht, tot de nacht het verschil maakte.
De nacht als doorbraak
In die tijd was er nauwelijks concurrentie. Day and Night was tot middernacht open en gold als de enige BBQ-plek van betekenis. Perry besloot simpelweg door te verkopen na twaalf uur.
“En ineens bleek er vraag te zijn”. Werkende mensen, nachtbrakers en reizigers ontdekten Perry’s BBQ. De opbrengsten werden telkens geïnvesteerd in betere apparatuur. Wat volgde was een compromisloze focus op kwaliteit. “De klant betaalt voor een hele bout”, was zijn vaste uitspraak.
Het vlees werd minimaal drie dagen gekruid en na het roosteren zorgvuldig schoongemaakt van vet en verbrande stukjes. Friet moest heet en knapperig zijn; koud vlees of koude patat was onacceptabel. Sauzen gingen apart. De salade werd dagelijks vers gemaakt met ijsappel, paprika en wortel, precies zoals de klant het wilde. Perry’s BBQ was 365 dagen per jaar open. Consistentie werd een handelsmerk. “Ik denk dat de combinatie van kwaliteit, kwantiteit, prijs en betrouwbaarheid heeft gezorgd voor de grote bekendheid”.
BBQ-oorlog aan de Franchepanestraat
Na ongeveer een jaar ontstond de eerste grote strijd. De verhuurder verhoogde plots de huur met 100 procent, volgens Perry niet uit noodzaak maar uit strategie.
“Ze wilden me weg hebben, zodat ze zelf BBQ konden verkopen op de plek die ik had opgebouwd”. Perry deed alsof hij akkoord ging, maar verhuisde op de eerste dag van de nieuwe maand letterlijk een paar meter verder, naar de Chinees naast het pand. Diezelfde avond werd er alweer BBQ verkocht.
Wat volgde ging de geschiedenis in als de “BBQ-oorlog”. Klanten liepen massaal over. Sommigen eisten hun geld terug bij de oude plek. Een week lang stond Perry vooraan om klanten te wenken. Er kwam zelfs politie bij na escalaties, maar één ding was duidelijk: het publiek had gekozen.
Van daaruit ging het snel. De Coppenamestraat werd het hoogtepunt. “Daar verkochten we 400 tot 500 porties per dag”. Er werd zelfs een levering van duizend porties gedaan aan het kabinet onder Bouterse. Perry investeerde in langere BBQ’s, klemmen waarmee twaalf bouten tegelijk konden worden gekeerd, grotere teams en ruimere openingstijden.
“BBQ bestond al wereldwijd. Wat ik heb gedaan, is het commercieel maken, als bedrijf, niet als hossel”. Veel van wat vandaag normaal is in de BBQ-wereld, werd toen voor het eerst op die manier toegepast.
Een volwassen markt
De BBQ-markt in Suriname is inmiddels sterk veranderd en gegroeid. Hesdy geldt volgens Perry als marktleider, met naar schatting zes filialen. Daarnaast zijn er talloze zelfstandige BBQ-verkopers en warungs die BBQ hebben toegevoegd aan hun aanbod.
“Er is heel veel concurrentie”, zegt Perry. “Maar dat is logisch. De markt is gegroeid”. Wat hem vooral raakt, is dat veel ondernemers hem noemen als inspiratie. “Het voelt goed om te horen dat mensen mij zien als referentie. Dat betekent dat het concept goed was en nog steeds is”.
De val en de verdwijning
Toen kwam het ongeluk: een zware aanrijding. Perry lag drie maanden in het ziekenhuis, met twee beschadigde nekwervels en een zware operatie waarbij een titanium plaat werd geplaatst. Daarbovenop kwamen zakelijke teleurstellingen, fraude, diefstal en uitputting.
“Ik heb te lang in het ongeorganiseerde gewerkt”, blikt hij terug. “Verkeerde mensen om me heen. Veel dieven. Kassa’s die niet klopten. Medewerkers die zichzelf verrijkten.” De combinatie van fysieke pijn, mentale vermoeidheid en organisatorische chaos brak hem. “Na negen jaar elke nacht werken tot zes, soms zeven uur, was ik op. Lichamelijk en geestelijk”.
Perry verdween uit beeld.
Aruba, Nederland en het vuur dat bleef
Hij vertrok naar Aruba, werkte daar als grillmaster en ging daarna naar Nederland. In Diemen startte hij plannen voor industriële BBQ-productie, met een zelfontworpen molen die 800 bouten tegelijk kon roosteren. Regelgeving en de Covid-periode maakten daar uiteindelijk een einde aan. “Toch bleef het trekken”, zegt hij.
2025: Perry is back
In 2025 verscheen plots een Facebook-post: Perry’s is back. “Ik ging weg om terug te komen”, zegt hij. “Ik ben een nationalist. Een patriot”.
Vier weken geleden opende Perry opnieuw, aan de Boni Straat 131 in Geyersvlijt. De respons is volgens hem boven verwachting. Oude klanten keren terug en de smaak is herkenbaar. “De kwaliteit, de kwantiteit en de prijs: daarin wil ik me opnieuw onderscheiden”.
De regels zijn nog steeds strak: goed geroosterd vlees, verse salade en geen concessies. “Wij verkopen geen houtskool en geen rauw vlees”, zegt hij lachend tegen zijn personeel. “En we houden ruime openingstijden. De concurrentie slaapt niet”.
Meer dan nostalgie
Is Perry’s BBQ alleen nostalgie? Zeker ook, maar volgens Perry is het meer dan dat. “Het is mijn passie. Ik hou van uitdagingen. Van niets iets maken. De grootste proberen te worden”. Snackwagens zijn onderweg, bedoeld voor buurten waar de naam Perry’s nog altijd klinkt. De droom is nooit weggeweest.
Perry is terug.











