President Jennifer Simons heeft woensdag 1 april 2026 op het Kabinet van de President overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de Suriname Seafood Association (SSA) over de uitdagingen binnen de Surinaamse visserijsector.
Tijdens de ontmoeting kwamen onder meer de noodzaak van een onafhankelijk viskeuringsinstituut, de aanpak van illegale visserij en het risico van een mogelijke blacklisting door de Europese Unie aan de orde.
SSA-voorzitter Udo Karg benadrukte na afloop tegenover de Communicatie Dienst Suriname het belang van een zelfstandig en geloofwaardig viskeuringsinstituut. Volgens hem worden bij de export van voedingsproducten internationaal zeer strenge normen gehanteerd, waarbij de EU-wetgeving als belangrijke maatstaf geldt. De onafhankelijkheid van het keuringsinstituut is volgens de sector daarom van essentieel belang.
Karg waarschuwde dat elke twijfel over de onafhankelijkheid van dat instituut ernstige gevolgen kan hebben voor de exportpositie van Suriname. Hij omschreef het keuringsinstituut als het hart van de visserijsector en stelde dat fouten op dat niveau direct het vertrouwen in de sector kunnen aantasten.
Ook de illegale visserij bleef een belangrijk gesprekspunt. Volgens Karg deelt president Simons de zorgen van de sector over dit probleem. Hij zei dat de noodzaak om illegale visserij terug te dringen al sinds vorig jaar nadrukkelijk op de agenda staat.
Aanleiding voor extra bezorgdheid is een klacht die door de Fransen bij de Europese Unie is ingediend. Daarbij werd gesteld dat Suriname onvoldoende zou optreden tegen illegale visserij. Naar aanleiding daarvan zijn volgens Karg twee EU-missies uitgevoerd: een bevindingsmissie en een opvolgmissie.
Tot nu toe is er volgens de SSA geen directe aanleiding gevonden voor sancties tegen Suriname. Karg schreef dat toe aan het werk van het directoraat Visserij en de ondersteuning vanuit de particuliere sector. Toch is Suriname volgens hem nog niet volledig buiten gevaar. De druk is weliswaar afgenomen, maar er moet nog veel werk worden verzet om verdere risico’s uit te sluiten.
Een van de eerste stappen in dat proces was het uitrusten van Surinaamse vissersschepen met een Vessel Monitoring System, een volgsysteem waarmee de activiteiten van vaartuigen beter in kaart kunnen worden gebracht.
Daarnaast wees Karg op de economische betekenis van de sector. Volgens hem komt echter een aanzienlijk deel van de inkomsten uit de visserij niet rechtstreeks in de staatskas terecht. Een groot deel van de opbrengsten vloeit volgens hem weg naar oliebedrijven, scheepvaartbedrijven, luchtvaartbedrijven en andere kostenposten die samenhangen met de visvangst.
De huidige exportwaarde van de sector wordt door de SSA geschat op tussen de 60 en 80 miljoen Amerikaanse dollar per jaar. Karg merkte op dat sinds 2023 sprake is van een terugval in inkomsten, mede als gevolg van fiscale maatregelen die de internationale concurrentiepositie van Suriname hebben verzwakt.
Ondanks die terugslag blijft de visserijsector volgens hem een belangrijke pijler van de Surinaamse economie. Op basis van berekeningen van economen behoort de sector nog altijd tot de derde of vierde grootste bron van deviezeninkomsten voor het land.


