OAS-secretaris-generaal Albert Ramdin heeft de lidstaten dinsdag tijdens een speciale vergadering van de Permanente Raad in Washington opgeroepen tot gecoördineerde, principiële en volgehouden gezamenlijke actie rond Venezuela. Volgens Ramdin moet de organisatie meer zijn dan een forum voor standpunten.
De Permanente Raad van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) kwam op dinsdag 6 januari 2026 in speciale zitting bijeen om recente ontwikkelingen in de Bolivariaanse Republiek Venezuela te bespreken. In zijn toespraak benadrukte secretaris-generaal Albert Ramdin dat het overleg de waarde van multilateralisme opnieuw zichtbaar maakt, maar dat woorden alleen niet voldoende zijn.
Niet optioneel, maar een verplichting
Ramdin stelde dat het Handvest van de OAS en het inter-Amerikaanse juridische kader geen vrijblijvende richtlijnen zijn, maar verplichtingen. Wanneer democratie, fundamentele beginselen van internationaal recht en het inter-Amerikaanse raamwerk onder druk staan, moet het halfrond volgens hem collectief handelen om terug te keren naar aanvaarde normen en principes.
De bijeenkomst vond plaats tegen de achtergrond van verhoogde regionale spanningen na de recente Amerikaanse actie in Venezuela. Het VN-mensenrechtenkantoor noemde die interventie in strijd met internationaal recht en waarschuwde dat dit een gevaarlijk precedent kan scheppen.
OAS als institutionele ruimte en mogelijke bemiddelaar
Volgens Ramdin kan de OAS een sleutelrol spelen als institutionele ruimte voor dialoog, reflectie en gezamenlijke betrokkenheid, in lijn met de mandaten die lidstaten aan de organisatie hebben gegeven. Hij sprak ook over de potentiële waarde van de OAS als “honest broker” wanneer lidstaten daarom vragen en daarover overeenstemming bestaat. Daarbij legde hij nadruk op respect voor soevereiniteit, niet-inmenging en constitutionele orde.
Mensenrechten, dialoog en versterking van instituties
Ramdin gaf aan dat de OAS de mensenrechtensituatie blijft monitoren, misstanden documenteert en publiekelijk aankaart, met bijzondere aandacht voor politieke gevangenen. Ook herhaalde hij zijn steun voor een verzoek van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten (IACHR) om een in loco-bezoek aan Venezuela te brengen om de situatie ter plekke te beoordelen.
Daarnaast noemde hij mogelijke ondersteuningslijnen: het faciliteren van een inclusieve dialoog tussen Venezolaanse actoren, juridische en institutionele ondersteuning (onder meer rond onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en anti-corruptiestandaarden), en instrumenten voor conflictbemiddeling en consensusvorming.
Verkiezingen en migratie genoemd als belangrijke pijlers
Op electoraal vlak wees Ramdin op de mogelijkheid van onafhankelijke technische ondersteuning om integriteit, transparantie en geloofwaardigheid van verkiezingsprocessen en verkiezingsautoriteiten te versterken, met als doel publiek vertrouwen te vergroten. Ook noemde hij samenwerking met gespecialiseerde regionale en internationale organisaties om migratievraagstukken en kwetsbare groepen beter te ondersteunen.
Tot slot herhaalde Ramdin dat de toekomst van Venezuela uiteindelijk door het Venezolaanse volk zelf moet worden bepaald, via vreedzame en democratische processen. Hij sloot af met een verwijzing naar Simón Bolívar over het belang van orde, rechtvaardigheid, samenwerking en eenheid om vrijheid en stabiliteit te laten voortbestaan.
Ramdin, die in 2025 werd verkozen tot secretaris-generaal en daarmee de eerste OAS-leider uit een CARICOM-lidstaat werd, benadrukte dat de secretarie klaarstaat om—op verzoek van lidstaten en met de juiste politieke voorwaarden—bij te dragen aan dialoog en stabiliteit in Venezuela en de regio.














