Particuliere sociale instellingen waarschuwen voor acute betalingsproblemen, nu subsidies volgens hen structureel te laat worden overgemaakt en een in december aangekondigde eenmalige incentive nog altijd niet is uitbetaald. Verschillende instellingen vrezen dat zij eind maart niet over voldoende middelen zullen beschikken om hun personeel te betalen.
De noodkreet kwam dinsdag tijdens een persconferentie van vertegenwoordigers van onder meer de Kennedy Stichting, Huize Tyltyl, Therapeutisch Dagcentrum Anniecrèche en Stichting STIGU. Zij gaven aan dat niet alleen instellingen voor mensen met een beperking in de knel zitten, maar ook organisaties in de jeugd- en seniorenzorg met vergelijkbare problemen kampen.
Volgens de instellingen voeren zij in de praktijk zorgtaken uit die tot de verantwoordelijkheid van de overheid behoren, maar blijven zij buiten extra financiële maatregelen. Ook werd opgemerkt dat de sector niet betrokken was bij recent overleg van president Jennifer Simons met maatschappelijke organisaties.
Directeur Lenny Hardenbol stelde namens de sector dat werknemers van particuliere sociale instellingen stelselmatig buiten aanvullende steunmaatregelen vallen. Tegelijkertijd verrichten zij volgens haar zwaar en onmisbaar werk, terwijl de beloning achterblijft. In veel gevallen kunnen instellingen hun medewerkers naar eigen zeggen nauwelijks rond de SRD 7000 per maand betalen. Soms lukt het alleen om het minimumloon te halen met ondersteuning uit het buitenland.
De instellingen wijzen erop dat het subsidiefonds uit twee delen bestaat: een cliëntgerelateerde en een exploitatiegerelateerde subsidie. Volgens hen lagen de bedragen tussen 2012 en 2023 op respectievelijk SRD 27 per dag per cliënt en SRD 37 per dag voor personeel. Per 1 januari 2024 zouden die tarieven zijn verhoogd naar SRD 70 en SRD 85, maar ook dat is volgens de sector onvoldoende om de werkelijke kosten te dekken.
Als voorbeeld werd tijdens de persconferentie aangehaald dat een werknemer bij een personeelskost van SRD 50 per uur per dag al SRD 400 kost, exclusief sociale lasten. Daar staat volgens de instellingen slechts SRD 85 subsidie tegenover, wat neerkomt op een dagelijks tekort van SRD 315 per personeelslid. Zelfs een eventuele verdere verhoging naar SRD 100 cliëntgerelateerd en SRD 250 voor personeel zou volgens hen nog niet toereikend zijn, zeker niet met een mogelijke stijging van het minimumloon in juni.
Niet alleen de hoogte van de subsidies, maar ook de trage afhandeling van aanvragen vormt volgens de instellingen een groot probleem. Waar subsidies in eerdere jaren nog rond mei of juni beschikbaar kwamen na het indienen van stukken in februari of maart, zou dat nu soms pas in oktober, november, december of zelfs het daaropvolgende jaar gebeuren. Volgens de vertegenwoordigers wijzen het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) en het ministerie van Financiën en Planning daarbij naar elkaar, terwijl de instellingen de gevolgen dragen.
Ook de beoordeling van aanvragen roept frustratie op. Zo werd tijdens de persconferentie een voorbeeld genoemd van een afgewezen cliëntsubsidie, omdat er volgens de beoordelaars te veel geld op de rekening van de instelling stond. Volgens de sector wordt daarbij geen rekening gehouden met geoormerkte donorgelden of gereserveerde middelen voor renovaties, die niet voor salarissen of exploitatie mogen worden gebruikt.
Daarnaast kaarten de instellingen het uitblijven van een eenmalige incentive die in december uit middelen van de begroting van Sozavo zou zijn vrijgemaakt. Alle betrokken instellingen zouden toen hun rekeningnummer hebben doorgegeven, maar op 17 maart was nog niets ontvangen. Het zou gaan om bedragen van SRD 100.000 tot SRD 150.000 per instelling.
Volgens de instellingen moet dit bedrag uiterlijk op 26 maart 2026 zijn uitgegeven of overgemaakt, anders dreigt het te vervallen. Juist daarom klinkt de oproep aan de regering met extra urgentie. De vertegenwoordigers vragen Sozavo en Financiën, evenals president Jennifer Simons, om nog vóór die datum in te grijpen en de middelen alsnog vrij te maken.
De sector dringt ook aan op structurele oplossingen. Zo wordt gepleit voor een onafhankelijk orgaan dat subsidieaanvragen en uitbetalingen kan afhandelen, om de bureaucratische vertraging tussen ministeries te doorbreken. Daarnaast werd voorgesteld om personeel van sociale instellingen gefaseerd in ambtelijke dienst te brengen, zodat een deel van de druk op de exploitatie kan worden verminderd.
Volgens de instellingen gaat het allang niet meer alleen om financiële frustratie, maar om het voortbestaan van essentiële zorg. Bestuurders en directies zouden steeds minder tijd kunnen besteden aan hun kerntaken, omdat zij voortdurend bezig zijn middelen te zoeken om hun organisaties draaiende te houden. Tegelijkertijd komt de druk steeds vaker terecht bij ouders en families, die zelf moeten bijspringen, terwijl velen dat nauwelijks kunnen opbrengen.
De instellingen doen daarom een dringende oproep aan de overheid om niet langer af te wachten. Als er geen oplossing komt, sluiten zij niet uit dat zij de kwestie onder de aandacht zullen brengen van internationale organisaties.











